Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wilde juist door die genaakbaarder uitingen tot het bijna ongenaakbare doordringen : het gevoel zelf.

Dit intiemste deel toch van ons aller wezen is wetenschappelijk nog slechts weinig onderzocht. En ik meende dat een streng systematische monstering van alle gemoedsuitingen ook vanzelf klaarder licht over dit wijsgeerig probleem zou doen opgaan. Dit was dan ook de laatste reden, waarom ik schijnbaar zoo heterogene onderwerpen in mijn titel heb bijeengezet.

Ten eerste dan de vraag : hebben James, Sergi en Lange inderdaad gelijk gehad, toen ze meenden dat ons gevoel en gemoed zelf niets anders zijn, dan een gewaarwording van wat wij de uiting van het gevoel plegen te noemen ? De menschelijke taal en de naieve observatie zou zich volgens deze geleerden aan een quiproquo schuldig maken, het gemoed i s volgens hen niet de oorzaak der gemoedsuitingen, maar het gevolg ervan. Het bestaat juist in het bewustzijn dier periphere bewegingen. Dat de oppervlakkig beschouwde mimische metaphora's ten gunste dezer theorie kunnen uitgelegd worden, spreekt van zelf. Zie je wel, zeide James, geen aangenaam gevoel zonder dien zoeten mondtrek,

Ons onderzoek heeft ons echter geleerd, dat dit een dwaling is, want ten eerste zagen wij hoe niet alle smaakkwaliteiten, en niet alle op dezelfde wijze aanleiding zijn geworden tot een gevoelsuiting. Juist omdat er al een gevoel was dat zoet lekker en bitter walglijk noemde, ontwikkelden zich de korrespondeerende trekken tot uiting van die tegengestelde gevoelens. Bij zuur is het nog duidelijker. Het zure gezicht kan toch onmogelijk uit zich zelve twee tegengestelde gevoelens doen ontstaan. Maar juist omdat matig zuur of rinsch aangenaam prikkelde en scherp zuur onaangenaam beet, daarom zijn de lichtzure trek tot lachen en de scherpzure tot weenen geworden.

Sluiten