Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moed-deemoed zijn wel subjectief, maar hebben toch een relatie naar de buitenwereld, het zijn relatieve of dramatische gevoelens. Omgekeerd echter hooren voor den gevoelstoon zelf: vreugde-lijden met liefde-haat enspanningslapheid met hoogmoed-deemoed nader bijeen als bevredigdonbevredigd en kracht-zwakheid, die wij dus ook als kontemplatieve ken- en aktieve wilgevoelens tegenover elkander mogen stellen. Berusten de twee eerste paren op een vrij onbelemmerd gevoel ten goede of kwade, de laatste veronderstellen een drukking of belemmering in de een of andere moeilijkheid. De eerste noemde de oudheid concupiscibel, de laatste irascibel. Zie bijgaande tabèl.

Ten tweede komen de vier bovenste groepen alle overeen in hun krachtsgevoel, de vier onderste in hun zwakheidsbewustzijn. Het valt misschien op, dat de liefde tot de laatste hoort. Toch is dit bij dieper indringen zeer begrijpelijk, liefde is : aan een ander hangen. Bovendien valt hier niet als in vreugde-lijden de bevrediging met het krachtsgevoel samen. Ten slotte is krachtsgevoel niet altijd met de grootste werkelijke kracht gepaard. Stofs genoeg tot rijpe overweging !

Verder zijn er in elk van die acht richtingen verschillende graden van intensiteit, die weer alle onderling een zekere symmetrie vertoonen. Alle stijgen langzaam tot ee 1 maximum van uitingsbewegingen bij den vierden graad hier in dien stompen hoek geteekend ; wordt het innerlijk gevoel nog sterker, dan verslapt de uiting weer om overal in starre krampèn en bewusteloosheid over te gaan.

Eindelijk heb ik hier in de verschillende lijnsoorten het lager gevoel tegenover het hooger gemoedsleven gesteld en de verbindingen van beide aangegeven. Op de stippellijn staan telkens de zinnelijke gevoelens met weinig hooger zelfbewustzijn. Op de egale lijn in het midden staan de

Sluiten