Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijke vermogens, op een dommelend moreel instinkt bij armen en rijken beiden?

Het is dus niet ten onrechte, dat men aanduidt, hoe de conceptie, de vorming eener Ethiek is een collectieve, een sociale arbeid, zoowel als een individueel streven; dat de ontwikkeling eener zoodanige levensleer als het ware geëischt en aangegeven wordt door de ontwikkelings-periode der maatschappij zelf; dat er bestaat een aanhoudende reflexwerking van buiten naar binnen, en omgekeerd, en dat wij wel degelijk zijn aangeland op een tijdstip dat onze aandacht eischt voor geestelijke, niet minder dan voor materieele belangen. Nu is het echter duidelijk, dat wat betreft de wetenschappelijke beoefening der Ethiek, wij ondanks onze hoog-geprezen beschaving, nog staan op den drempel van een te ontginnen terrein, bij het allereerst baanbreken der overtuiging dat van een ethisch-wijsgeèrige levensbeschouwing voor heden en toekomst hulp kan worden verwacht.

De opspattingen van levens-energie, nu al te dikwijls uitdoovend als vuurwerk, zouden dan eerst opvlammen tot eene opheldering van onze duistere en moeielijke vraagstukken. Zonder het inzicht, dat het leven der naties wortelt in sociale en moreele instinkten beiden, zal elke verandering in maatschappelijke verhoudingen onzeker blijven en haar doel missen.

Het bestaan van ons voel- en denk-, ons ideëel leven, is geen fantasiebeeld. De moderne Ethiek wil een inzicht, dat met het volle leven in zijn geheel, met het individu èn zijn omgeving rekening houdt; dat nadruk legt op innerlijke en uiterlijke beweegkrachten beiden. De behoefte aan goedheid, de drang naar gerechtigheid is een solidair voelen, henenstuwend naar solidaire levensvormen; het ideëel bestaan is niet het eenzaam, zelf-believend gedoe van een Crusoë op zijn eiland, het is het voelen eener verwantschap met al wat leeft, een drang om zichzelf en de wereld te verstaan, te bevrijden, te vormen en te her-vormen.

Ethiek opgevat in haar hoogste beteekenis, kweekt als een vizioen van den mensch en zijn levens-sfeer, zooals die beide kunnen zijn en moeten worden door wijziging en veredeling der oneindige gegevens hun door de natuur verleend.

De moralist wordt dan als-de kunstenaar, boetseerder van een

Sluiten