Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heeft een psychologischen ondergrond', d. w. z. is ten slotte opgeweld uit de menschelijke natuur, het mensch'dijk karakter.

Met dit laatste heeft de ethiek in haar hernieuwing en opvoedende kracht, zich ernstiger en wetenschappelijker dan te voren bezig te houdén Geheel de menschdijke natuur is het gebied der psychologie, een gebied waar dichters, waar kunstenaars in het algemeen ons veelal dieper döen indringen, dan de geleerden der wetenschap.

De mensch kan niet leven zonder brood, wie durft het beweren)? Maar evenmin kan de mensch, zelfs der z.g.n. lagere klasse, leven bij brood alleen

De gretigheid waarmede de dorst naar levens-idéalen, levensvoorstellingen en romantiek nog altijd verzadiging zoekt in het verleden, in de drogrede en in de leugen eener averechtsch begrepen vaderlandsliefde en hddenmoed en in zoovele andere on-redelijke begrippen, bewijzen dat in alle rassen en volkeren, in alle klassen der maatschappij gemoeds- en gevoels-faktoren werken, wier verwaarloozing, wier gebrek aan leiding en opvoeding de meest fatale gevolgen heeft.

Het evangelie van den vrede, één met het evangelie van den aflbeid, moet worden opgevat en begrepen, doorvoeld en doordacht als het evangelie van het Leven in zijn alzijdigheid. ?

Een evangelie waarin eenmaal op natuurlijke wijze elke vorm van geloof zal opgaan, omdat het is het alleen-zaligmakend gdoof in menschelijke Rede, Liefde en Samenwerking.

Het is deze geestelijke hervorming, niet minder groot d&n die van Luther, als grondslag van elke bijzondere vrijheidsbeschouwing die wij ons dénken, als grondslag voor de sociale en politieke bevrijding, de weder-geboorte na den oorlog. De hümaniteits-idee in de volledigheid harer ideëde en materieele beteekenis, harer geestelijke en wereldlijke macht.

De humaniteits-idee als synthese waarin rassen en klassen het einde van hun onverzoenlijken oorlog kunnen tegemoet streven en de federatie hunner belangen kunnen trachten te bevestigen, de humaniteits-idee als synthese, waarin de modernen de opheffing kunnen zoeken hunner moordende tegenstrijdigheden.

Den Haag, 4 Augustus 1916.

Sluiten