Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

boek, waarin ik mijn opvatting van de noodzakelijkheid eener geestes-revolutie zoo welsprekend vind uiteengezet, een oogenblik stil te staan.

Bertrand Russel, is, evenals zijn vriend en geestverwant John Hobson, voor alles een humanist, een denker, die in al zijn denken „een menschelijke waarde-schatting" (a human valuation) vóórop stelt. Het behoeft geen nadere toelichting dat voor een soortgelijk denker de oorlog veroordeeld is.

Niet alleen de oorlog echter, dien men, als een verouderd middel tot oplossing van conflikten, het recht heeft een anachronisme te noemen, maar ook andere moderne methoden om geschillen bij te leggen en maatschappelijke wan-toestanden te hervormen, worden aan een scherpzinnige kritiek onderworpen.

Zegt Russell bijv. over het socialisme, dat hij in zekeren vorm accepteert het volgende:

„Het niet progressieve gedeelte eener beweging, welke toch in wezen vooruitstrevend is, moet worden uitgeschakeld, niet door een geheele beweging af te breken, maar door die beweging een wijder zwaai te geven, haar meer in den waren zin des woords vooruitstrevend te doen worden, en er haar toe te brengen den eisch te stellen van een veel grqotere verandering in de bouworde der maatschappij, in de geheele structuur der menschelijke samenleving, dan die welke zij Ooit in het begin van haar optreden zich had kunnen voorstellen."

Bertrand Russell raakt met deze opmerking het kenmerk van ware vooruitstreving, eener vrijzinnigheid, die in haar diepsten grond revolutionnair is en blijven moet, wil zij op een kritiek moment van pver-rompelend gebeuren haar weerstands-vermogen intakt houden.

„Het meest belangrijke doel", zoo gaat hij voort, „dat politieke instellingen kunnen bereiken is: dat zij in de individuen het scheppend vermogen levend houden, de vitaliteit, de kracht en de vreugde van het leven weten op te wekken."

Reeds twaalf jaren geleden maakte ik in mijn opstel „Tot een levenskunst" in de „20ste Eeuw" gepubliceerd, dit scheppings-vermogen van den mensch als welbron van leven, tot het middelpunt mijner sociaal-filosofische beschouwingen. Een geestesrichting toen reeds door velen beleden die voor de toekomst fcén uitweg zochten

Sluiten