Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zóó fataal karakter als deze wereldoorlog meer en meer blijkt te zijn, altijd oproept: door de revolutie.

Met deze russische revolutie, die in haar nieuwsten vorm niet gewelddadig maar humaan te werk is gegaan en daardoor blijk geeft van het moderne in zijn hoogste instantie te hebben doorvoeld en doordacht, met deze revolutie is in alle landen de vredesbeweging versterkt, werden vredesbemoeiïngen opgeroepen, die door geen oogenblikkelijke herleving der oorlogswoede zijn te vernietigen.

Onmiddellijke vredesonderhandelingen — aldus klinkt de oproep van den Paus, zoowel als van de socialisten en radikaal-pacifisten. Maar zeer zeker zal de vrede duurzamer zijn, die door het denken en werken der bewustgewordenen in modernen geest, der intellektueelrevolutionnairen in het volk wordt gewenscht en voorbereid, dan die, welke in hoofdzaak door het anti-revolutionnair sentiment, door bidden in de kerken zich uitspreekt.'

Mij schijnt de Paus niet bij uitnemendheid de persoon om het probleem van oorlog en vrede en de ontzaglijke problemen, die hiermede maatschappelijk en zedelijk samenvallen, te kunnen of willen oplossen. De kerken, bijna allen getrouw aan de regeerende kasten en de traditioneele en officieele moraal, zijn niet de instellingen, waardoor de geestelijk-materieele wereld-hervorming, die uit dezen oorlog mag worden verwacht, kan worden bevorderd en geleid in de banen harer noodzakelijke en natuurlijke ontwikkeling. De kerken, hetzij dan katholieke of protestante kerken, hebben nimmer den vooruitgang geleid, integendeel zij deden in den ban de revolutionnaire bewustwording-, die altijd van eiken vooruitgang de hefboom is geweest.

Het is niet aan de kerk, maar aan den Arbeid, dat nu het woord is, dat het recht toekomt, dat de plicht is opgelegd der wereldverlossing.

Maar van den Arbeid, die zoowel geestelijk als praktisch georganiseerd, zich steunt op het inzicht eener nieuwe ideologie, zonder welke daden wanordelijk, onstandvastig en roekeloos zijn.

Zegt ^r. Clara Wichmann terecht in haar voortreffelijke studie: „Philosophie der samenleving":

„In onze wijdvertakte en veelzijdige samenleving is iedere

Sluiten