Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

handen te hebben, is aan de gemeente een bewaarloon verschuldigd, waarvan het bedrag door Ons wordt vastgesteld. Tot verhaal van dat bewaarloon kunnen de voorwerpen, zoodra dat noodig blijkt, door of vanwege de gemeente worden verkocht. De opbrengst is, na aftrek van het bewaarloon en de op den verkoop vallende kosten, ter beschikking van den rechthebbende.

Artikel 11.

Indien de in bewaring gegeven vuurwapenen of munitie niet worden afgegeven in den toestand, waarin zij bij de inlevering verkeerden, zal de schade, welke aldus aan iemand berokkend mocht zijn, aan dezen door de gemeente worden vergoed.

Tot het erlangen van de schadevergoeding dient de belanghebbende eene aanvraag in aan de gemeente en wel binnen eene maand Jia de afgifte.

Binnen twee maanden nadat de aanvraag bij de gemeente is ontvangen, biedt deze aan den belanghebbende eene bepaalde som als schadevergoeding aan. Is binnen den gestelden termijn geen aanbod door den belanghebbende ontvangen of acht hij de aangeboden schadevergoeding niet voldoende, dan kan hij het geschil op de gewone wijze bij den burgerlijken rechter aanbrengen.

Door de gemeente kan, indien dit wordt verlangd, op de schadevergoeding voorschot worden verstrekt.

Artikel 12.

Hij, die een verbod, bij of krachtens deze wet gesteld, overtreedt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van ten hoogste twee duizend gulden. Indien echter, naar hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, eenig voorwerp, met betrekking tot hetwelk het feit wordt begaan, is eene bom, eene handgranaat of een dergelijk voor ontplof¬

fing of voor het verspreiden van verstikkende of vergiftige gassen bestemd wapen, een vlammenwerper, een kanon, een machine-geweer of een onderdeel van een dier vuurwapenen, wordt gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van ten hoogste zes duizend gulden opgelegd.

Overtreding van de artikelen 4 of 7, tweede lid, of het niet nakomen van een bevel, als bedoeld bij artikel 9, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van ten hoogste twee duizend gulden.

De voorwerpen, door middel van het feit verkregen, of waarmede of met betrekking tot welke het feit is begaan, kunnen worden verbeurd verklaard. De vernietiging of onbruikbaarmaking van die voorwerpen kan in het vonnis worden gelast.

De bij deze wet strafbaar gestelde feiten worden, indien daarop mede gevangenisstraf is gesteld, als misdrijven en overigens als overtredingen aangemerkt.

Artikel 13. Indien een feit, bij deze wet. strafbaar gesteld, wordt begaan door of vanwege eene naamlooze vennootschap, eene coöperatieve of andere rechtspersoonlijkheid bezittende vereeniging of eene stichting, wordt de strafvervolging ingesteld en de straf uitgesproken tegen de leden van het bestuur.

Geene straf wordt uitgesproken tegen den bestuurder, van wien blijkt, dat het feit buiten zijn toedoen is begaan.

Artikel 14. Met het toezicht op de verspreiding van vuurwapenen en munitie onder de bevolking en het opsporen van de feiten, bij deze wet strafbaar gesteld, zijn, behalve de bij artikel 8 van het Wetboek van Strafvordering en de bij artikel 50 van de wet van 23 Mei 1899 (Staatsblad no. 128) aangewezen per-

Sluiten