Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KONINKLIJK BESLUIT

VAN DEN HdenJULI 1919 (Staatsblad No. 474), HOUDENDE VOORSCHRIFTEN TER UITVOERING VAN DE VUURWAPENWET 1919.

Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op den voordracht van Onzen Ministér van Justitie van den 14 Juni 1919, 2e Afdeeling A, no. 824;

Gezien de Vuurwapenwet 1919;

Den Raad van State gehoord (advies van 24 Juni 1919, no. 29);

Gelet op de nadere voordracht van Onzen voornoemden Minister van den 7 Juli 1919, 2de Afdeeling A, no. 828;

Hebben goedgevonden en verstaan: "vast te stellen het navolgende VUURWAPENREGLEMENT. Artikel 1.

De in dit besluit voorkomende uitdrukkingen hebben dezelfde beteekenis als die zij hebben in de Vuurwapenwet 1919.

Artikel 2.

Invoer, uitvoer en doorvoer van vuurwapenen en van munitie zijn verboden.

Het voorgaande lid is niet van toepassing ten aanzien van den invoer, uitvoer of doorvoer:

1°. door of vanwege het Rijk;

2°. van vuurwapenen (ten hoogste vijf en twintig patronen voor de gezamelijke wapenen inbegrepen) door

personen, die, anders dan ingevolge artikel 3, eerste lid, onder 7°., der wet van 9 Mei 1890 (Staatsblad no. 81), de wapenen op den openbaren weg of op eenige voor het publiek toegankelijke plaats bij zich mogen hebben;

3°. die door of vanwege Onzen Minister van Justitie is vrijgelaten en geschiedt met inachtneming van de voorwaarden, welke bij de vrijlating mochten zijn gesteld.

Artikel 3.

Het vervoer van bommen, handgranaten en dergelijke voor ontploffing of voor het verspreiden van verstikkende of vergiftige gassen bestemde wapenen, vlammenwerpers, kanonnen, machine-geweren en van onderdeelen van een dier vuurwapenen is verboden.

Het voorgaande lid is niet van toepassing ten aanzien van het vervoer van een der daarin genoemde vuurwapenen:

1°. ten behoeve van den openbaren dienst;

2°. dat gedekt is door een consent van invoer, uitvoer of doorvoer;

3°. dat door of vanwege Onzen Minister van Justitie is vrijgelaten en geschiedt met inachtneming van de voorwaarden, welke bij de vrijlating mochten zijn gesteld.

Artikel 4. Van de verbodsbepalingen, gesteld bij de artikelen 2, eerste lid, en 3,

Sluiten