Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door de hoofden van plaatselijke politie aangewezen, tegen betaling van tien cents per exemplaar.

De machtiging, waar noodig voorzien van een aangehechten bon voor de aflevering van een vuurwapen, is ingericht naar een model, vastgesteld door Onzen Minister van Justitie.

Ter vergoeding van kosten van administratie en toezicht kan van den belanghebbende een bedrag worden geheven en wel:

1°. voor zoover betreft -eene bijzondere machtiging, één gulden voor elk wapen, waarvoor het consent geldt;

2°. voor zoover betreft eene algemeene machtiging, vijf en twintig gulden bij de uitreiking daarvan en vervolgens telkens in de eerste maand van elk volgend kalenderjaar eveneens vijf en twintig gulden.

De opbrengst, ook indien de machtiging in beroep is verleend, komt ten bate van de gemeente.

Artikel 10.

Aan elke machtiging tot het voorhanden hebben van een vuurwapen, wordt steeds de voorwaarde verbonden, dat de houder de bepalingen, bij of krachtens de Vuurwapenwet 1919 gesteld, stipt zal naleven.

Aan eene machtiging tot het voorhanden hebben van vuurwapenen, verleend aan iemand, die van het afleveren van vuurwapenen of van munitie aan particulieren een beroep of eene gewoonte maakt, worden steeds de navolgende voorwaarden verbonden:

1°. dat de houder behoorlijke voorzorgsmaatregelen zal nemen en behoorlijk toezicht zal uitoefenen of doen oefenen, om te verzekeren, dat

voor hem handelende personen de bepalingen, bij of krachtens de Vuurwapenwet 1919 gesteld, stipt naleven;;

2°. dat het doorloopend register, hetwelk hij ingevolge artikel 4 der Vuurwapenwet 1919 moet houden, is ingericht naar een model, vastgesteld door Onzen Minister van> Justitie;

3°. dat hij op een bon voor de aflevering van een vuurwapen alleen dan een vuurwapen zal afleveren, indien de inhoud van den bon zich daartegen niet verzet, en dat hij alsdan met den bon zal handelen, als daarop is aangegeven.

Artikel 11. Het bewaarloon, bedoeld in artikel 10, derde lid, der Vuurwapenwet 1919, bedraagt één gulden per K.G., gewicht van de in bewaring gegeven voorwerpen, doch ten minste één gulden per jaar. Niet geheel vervulde-: jaren worden daarbij voor een vol jaar gerekend.

Onze Minister van Justitie is belast: met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan den Raad van State en aan de Algemeene Rekenkamer.

's-Gravenhage, den llden Juli 1919* WILHELMINA. De Minister van Justitie, heemskerk.

Uitgegeven den zeventienden Jult 1919.

De Minister van Justitie,.

heemskerk..

Sluiten