Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is volgens het tweede lid o. a. niet van toepassing op het voorhanden hebben van buskruit tot eene hoeveelheid van 3 kilogram, op metaal- en jachtpatronen tot een getal van 2000 (!), alsmede niet op slaghoedjes, Flobertpatronen (patronen voor kamergeweren) en op hulzen tot metaal- en jachtpatronen. Een en ander mag, aldus het , derde lid, tot de vermelde hoeveelheid vrij worden bewaard.

Uit het bovenstaande volgt, dat vóór de Vuurwapenwet 1919 ook de verspreiding onder de bevolking van munitie geen groote belemmering ondervond. Een ieder mocht althans tot 2000 metaalen jachtpatronen voorhanden hebben, de handel in munitie was vrij en alleen het vervoer van gevulde munitiën aan eenige beperkingen onderworpen. De wettelijke voorschriften, bij of krachtens de z.g. Buskruitwet vastgesteld, strekken overigens niet om tegen te werken, dat munitiën zich zullen bevinden onder personen, in wier handen zij met het oog op het belang der openbare orde niet vertrouwd zijn, doch ter voorkoming van ongelukken door brand, ontploffing, enz. De strekking dier wettelijke voorschriften is m. a. w. niet dezelfde als die van de nieuwe wettelijke bepalingen, bij of krachtens de Vuurwapenwet 1919 vastgesteld. De z.g. Buskruitwet vertoont meer verwantschap met de Hinderwet, waarnaar dan ook, gelijk wij hierboven zagen, in artikel 71 van het z.g. Buskruitbesluit wordt verwezen.

Het laat de z.g. Buskruitwet volmaakt koud, wat jan of Piet met de hoeveelheid ontplofbare stof, welke zij hem zonder bijzondere waarborgen tegen ongelukken meent te kunnen laten, wil uitvoeren, of hij b.v. met zijn 2000 metaal- of jachtpatronen 2000 rozen of (al of niet met akte) 2000 hazen denkt te schieten, of hij een inbreker is of een fatsoenlijk man.

III. Dat de hierboven geschetste wettelijke- toestand op het stuk Behoefte aan van vuurwapenen en munitie bevredigend was, kan bezwaarlijk wetteujke worden volgehouden. „Terwijl b.v. de verkoop van vergift aan op het stuk ettelijke beperkende bepalingen gebonden is, kan een ieder, die wapenen'* de gedachte aan eenig misdrijf of aan zelfmoord heeft opgevat, enmu zich vrijelijk wapenen, en in de eerste plaats worde hier gedacht aan vuurwapenen, verschaffen. Dat personen, in wier handen een vuurwapen bedenkelijk is, als misdadigers, zieken van geest en kinderen, zich in het bezit van een geladen revolver bevinden, blijkt elk oogenblik. De verspreiding van vuurwapenen onder de bevolking dient in het algemeen belang aan zekere beperkingen en aan zeker toezicht te worden onderworpen" x). In het belang van eene

1) Memorie van Toelichting tot het ontwerp-Vuurwapenwet 1919.

Sluiten