Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geringste mate in hun bedrijf zouden worden belemmerd". Intusschen staat m. i. wel vast, dat personen, in wier handen een vuurwapen met het oog op het belang der openbare orde niet vertrouwd is, bij een goede toepassing der Vuurwapenwet 1919 ten zeerste zullen worden belemmerd in eventueele pogingen om zich zoodanig wapen te verschaffen, hetwelk hun overigens met de daarbij behoorende munitie bij de eerste de beste gelegenheid door de politie kan worden afgenomen. Dat de belemmering niet steeds zal worden beletting, wordt gaarne toegegeven, doch dit argument bewijst te veel. Men zou toch ook de belemmerende bepalingen op den verkoop van vergift niet willen afschaffen, omdat in sommige gevallen iemand, die vergift wil hebben, het toch wel weet te krijgen.

Verklaarden de communistische leden der Tweede Kamer zich tegen het wetsontwerp, omdat zij daarin, in verband met andere wettelijke voorzieningen, door de Regeering voorgesteld, zagen „de voorbereiding van een maatregel tegen een belangrijk deel des volks" x), zoo stemden ook de sociaal-democraten, overigens „in het algemeen niet tegen beteugeling van de vrije bewapening"2), daartegen. Zij vreesden, naar hun woordvoerder, de heer Schaper, verklaarde, dat de ontworpen regeling in de toepassing tot de grootst mogelijke „politioneele en burgemeesterlijke willekeur" zou aanleiding kunnen geven. „Iemand, die een beetje aanstoot heeft gegeven wellicht aan den burgemeester of een politie-agent — men denke slechts aan het platteland — zal wellicht geen wapen mogen hebben. Menigmaal zal daardoor kwaad bloed worden gezet en onrecht worden aangedaan. Daarom is het systeem van dit wetsontwerp verkeerd" 3). Wij halen deze woorden van den heer Schaper aan, in het vertrouwen, dat de practijk ze zal logenstraffen. In elk geval zal over het al of niet verleenen van een machtiging aan iemand om een vuurwapen voorhanden te hebben, in een geordenden administratieven rechtsgang en, in beroep, door den Commissaris der Koningin in de provincie worden beslist.

Het is overigens mi i. niet duidelijk, hoe aan de bezwaren der sociaal-democraten tegen het systeem der wet had kunnen worden tegemoet gekomen. Zij wenschten, aldus de heer Schaper3), een regeling, die meer rechtvaardig was voor allen. Zij erkenden blijkbaar *), dat het onder bepaalde omstandigheden gewenscht kan zijn tot inlevering van wapenen te verplichten, doch h. i. moest die

1) Handelingen, blz. 2338.

2) Handelingen, blz. 2337.

3) Handelingen, blz. 2340.

algemene1 besctu,wUeT^Pte **** ^ dC Twcede Kamer d° Iaatstc alinea van de Vuurwapenwet

Sluiten