Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in het algemeen eveneens niet bevoegd is om munitie voorhanden te hebben. Deze bepaling is van belang voor de toepassing van artikel 9. En aan een machtiging tot het voorhanden hebben van een vuurwapen is dus mede dit rechtsgevolg verbonden, dat ook de munitie, welke de houder der machtiging, mits binnen de grenzen van artikel 72, tweede lid, van het z.g. Buskruitbesluit, onder zich heeft, niet zonder meer kan worden opgevorderd. Men zie verder de toelichting op artikel 3, aanteekening 12.

Onderwerpt de wet aldus in allerlei opzichten den handel in en het voorhanden hebben van vuurwapenen en van munitie aan beperkingen, zoo heeft zij ten slotte (art. 17), wat de z.g. Wapenwet betreft, de leemte weggenomen, waarop hierboven onder I de aandacht is gevestigd. In den vervolge zal het verbod van het bij zich hebben van een wapen op den openbaren weg of op eenige voor het publiek toegankelijke plaats, op dengene, die geen ander wapen vervoert dan dat zoodanig is ingepakt, dat het niet voor dadelijk gebruik kan worden aangewend, alleen dan niet van toepassing zijn, indien het vervoer, voor zoover betreft een vuurwapen 1), gedekt is, hetzij door een geleidebiljet, afgegeven door het hoofd van politie der gemeente, waar het vervoer een aanvang neemt, hetzij door een consent van invoer, uitvoer, doorvoer of vervoer. Langs dezen weg kan worden >, verzekerd, dat het bij zich hebben op den openbaren weg of op eenige voor het publiek toegankelijke plaats van een, zij het dan ook ingepakt, vuurwapen, niet zal strekken ten detrimente van het belang der openbare orde.

VI. Volgens artikel 18 der Vuurwapenwet 1919 bepaalt de Kroon, J^n^aer op welk tijdstip, of op welke tijdstippen onderscheidenlijk, de be- v"urmp3en" palingen dier wet in werking treden. Van de aldus geopende mogelijkheid om onderscheidene bepalingen op verschillend tijdstip in werking te laten treden, is geen gebruik gemaakt. Nadat bij het Vuurwapenreglement, algemeene maatregel van bestuur van 11 Juli 1919 (Staatsblad no. 474), voorschriften waren gegeven ter uitvoering van de wet, welke algemeene maatregel, op 17 Juli 1919 afgekondigd, volgens den gewonen regel op 6 Augustus 1919 in werking trad, volgde al spoedig het Koninklijk besluit van 18 Juli 1919 (Staatsblad no. 500), waarbij werd bepaald, dat de Vuurwapenwet 1919 met ingang insgelijks van 6 Augustus 1919 in werking treden zou. s

In den tusschentijd was uitgevaardigd de als bijlage van dit werkje

1) Dat in dit geval dus téVens moet worden verondersteld te zijn een wapen in den zin der z.g. Wapenwet. Men zie hieronder aanteekening t op artikel 1,

Sluiten