Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opgenomen beschikking van den Minister van Justitie van 14 Juli 1919 no. 700, afdeeling 2 A, waarbij, ter uitvoering van het Vuurwapenreglement, een zevental modellen zijn vastgesteld. Deze beschikking is, evenals het Vuurwapenreglement, ook te vinden in de Nederlandsche Staatscourant en in het Algemeen Politieblad van 17 Juli 1919.

VII. Ik wil deze Inleiding niet eindigen, zonder er op te wijzen, dat de nieuwe wet, mede in haar verband met de z.g. Wapenwet, niet is een gemakkelijke wet voor de practijk. Zoowel de administratie als het publiek zullen zich er moeten inleven. Aanvankelijk zal men vaak voor puzzles komen te staan. Neem een jager, die 's middags wil gaan jagen en 's ochtends ontdekt, dat zijn geweer moet worden nagezien. Allerlei oplossingen zijn mogelijk: 1°. hij brengt het'zelf naar den wapenhandelaar, zonder geleibiljet (art. 3 onder 5°. der z.g. Wapenwet); 2°. hij laat het door zijn knecht, onderweg van of naar het jachtveld, bij den wapenhandelaar aanreiken en terughalen, zonder geleibiljet (art. 3 onder 6°. der z.g. Wapenwet); 3°. de wapenhandelaar haalt en brengt het, hetzij met geleibiljet, hetzij, na het uit elkaar te hebben genomen, zonder geleibiljet (art. 3 onder 7°. der z.g. Wapenwet in verband met art. 1 dier wet); 4°. de wapenhandelaar stuurt zijn bediende, die het geweer haalt en brengt, als onder 3°. aangegeven. Geschiedt in de gevallen, bedoeld onder 3°. of 4°., het vervoer,zonder geleibiljet, dan moet de vervoerder uit anderen hoofde bevoegd zijn om het vuurwapen voorhanden te hebben, dit in verband met artikel 6 der Vuurwapenwet 1919, zoo b.v. krachtens machtiging, welke, wat den bediende betreft, beperkt kan zijn tot een zeker getal vuurwapenen, hem door of voor zijn patroon ten vervoer te geven. Ik bepaal mij hier natuurlijk tot de oplossingen, welke binnen de grenzen der wet mogelijk zijn. Dat een wettelijke oplossing wordt gekozen, kan de administratie bevorderen door vlotheid van behandeling. Ik denk hier b.v. aan de afgifte van geleibiljetten door de politie, die daarvoor dikwijls alleen heeft te raadplegen het register van verleende machtigingen, al zal in sommige gevallen een verder gaand onderzoek noodig zijn. Het geleibiljet kan m. i. in vele gevallen om zoo te zeggen aanstonds worden verleend en door of voor het hoofd van plaatselijke politie worden geteekend.

Intusschen, het woord is reeds aan de practijk.

Sluiten