Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

provincie, gemeente, waterschap, vervolgens ook vreemde staten, enz.; indien een publiekrechtelijk lichaam een vuurwapen onder zich heeft door een ander, die het feitelijk bezit heeft, b.v. door een bewaarder, heeft deze laatste, en niet het publiekrechtelijk lichaam, het wapen voorhanden;

2°. personen, die het wapen voor een publiekrechtelijk lichaam onder zich hebben; men denke hier aan directeuren van artillerieinrichtingen, personen, die in beslag genomen of ingeleverde vuurwapenen voor rijk of gemeente onder zich hebben, leden van bur: gerwachten, die van een publiekrechtelijk lichaam een geweer ten gebruike hebben gekregen, enz. en

3°. een vijftal groepen van personen, die ingevolge bepalingen van de z.g. Wapenwet het wapen op den openbaren weg of op eenige voor het publiek toegankelijke plaats bij zich mogen hebben, te weten:

a. openbare ambtenaren of beambten, die krachtens voorschrift, gegeven door of vanwege het hoofd van het departement van algemeen bestuur, waaronder hun werkkring behoort, het wapen bij zich mogen hebben;

b. zij, die een wapen bij zich hebben, dat behoort bij hunne ambtskleeding ~of bij de door hen met vergunning van het boven hen gesteld openbaar gezag gedragen kleeding;

c. zij, die deel uitmaken van de gewapende macht, van de rijksof van de gemeentepolitie, voor zoover het wapen, dat zij bij zich hebben, tot hunne uitrusting behoort;

d. zij, die geen ander wapen vervoeren dan dat zoodanig is ingepakt, dat het niet voor dadelijk gebruik kan worden aangewend, mits het vervoer, voor zoover betreft een vuurwapen, gedekt is, hetzij door een geleibiljet, afgegeven door het hoofd van politie der gemeente, waar het vervoer een aanvang neemt, hetzij door een consent van invoer, uitvoer, doorvoer of vervoer; en

e. zij, die voorzien zijn van eene machtiging tot het bij zich hebben van het wapen, voor een bepaalden tijd afgegeven door den Commissaris der Koningin in de provincie, waar de aanvrager woont.

De groep a kan door of vanwege de hoofden der departementen van algemeen bestuur naar behoefte worden uitgebreid a). In het Voorloopig Verslag der Tweede Kamer werd gevraagd, of het door artikel 3 wel voldoende vaststaat, dat militaire officieren een revolver, niet behoorende tot hun uitrusting, voorhanden mogen hebben 3).

1) Memorie van Antwoord.

2) Bij besluit van den Minister van Justitie van 27 Septembor 1S90 zijn verschillende ambtenaren en beambten aangewezen als bevoegd om, gedurende de uitoefening van hunne ambtsbediening, een wapen bij zich te hebben. Men zie ook aanteekening 3 op artikel 17.

3) Men vergelijke hierboven groep c.

Sluiten