Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Minister van Justitie antwoordde daarop het volgende: „Militaire officieren, die een revolver, niet behoorende tot hunne uitrusting, voorhanden wenschen te hebben, zullen, evenals andere burgers, daarvoor eene machtiging hebben te vragen, voor zoover althans de hoofden der militaire Departementen te hunnen aanzien geen gebruik verkiezen te maken van de bevoegdheid tot het geven of doen geven van een voorschrift, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef, der wet van 9 Mei 1890 (Staatsblad no. 81)."

Bij al de hierboven onder 3°. opgesomde groepen wordt de bevoegdheid om een vuurwapen voorhanden te hebben, bepaald door de bevoegdheid om dat wapen op den openbaren weg of op eenige voor het publiek toegankelijke plaats bij zich te hebben, en gaat niet verder dan deze. Is een geleibiljet voor het vervoer van een vuurwapen afgegeven en is daarin een bepaalde tijd voor het vervoer aangeduid, dan is de vervoerder eerst nadat die tijd is aangebroken, mits ook de overige voorwaarden van art. 3 onder 7°. der z.g. Wapenwet zijn vervuld, bevoegd om zich met het wapen op straat te begeven en dus ook om het voorhanden te hebben. Een deurwaarder is ingevolge ministerieele beschikking gedurende de uitoefening van zijn ambtsbediening bevoegd een wapen bij zich te hebben. Wordt hij, buiten die uitoefening, met een revolver aangetroffen/ dan kan hem m. i. op grond van artikel 9 een bevel tot inlevering worden gegeven, omdat hij alsdan niet bevoegd is om het wapen op den openbaren weg bij zich te hebben en dus evenmin om het voorhanden te hebben. Tenzij natuurlijk hij in het bezit is van eene machtiging.

wie moeten 3. Personen, niet in de nos. 1—3 van het eerste lid genoemd, sïnsr aan- kunnen de bevoegdheid om een vuurwapen voorhanden te hebben, enkel ontleenen aan het bezit van eene schriftelijke algemeene of bijzondere machtiging, als bedoeld in no. 4'. Daaronder vallen o. a. ook houders van jachtakten. Moge het al op het eerste gezicht vreemd voorkomen, dat het bezit van eene jachtakte, welke de' bevoegdheid geeft tot jagen, niet insluit de bevoegdheid om vuurwapenen voorhanden te hebben, zoo moet anderzijds worden bedacht, dat de z.g. Jachtwetx) nog niet waarborgt, dat aan personen, in wier handen vuurwapenen bedenkelijk zijn, geen jachtakten worden uitgereikt. Bij een herziening van de Jachtwet zal het wel aanbeveling verdienen te bepalen, dat jachtakten worden geweigerd aan personen, die niet bevoegd zijn om een vuurwapen voorhanden te hebben.

1) Artikel, 14.

Sluiten