Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor wat betreft de bevoegdheid van houders van jachtakten om schietgeweren op den openbaren weg of op eenige voor het publiek toegankelijke plaats bij zich te hebben, zie men artikel 3 onder 5°. der z.g. Wapenwet.

4. Wil iemand ingevolge no. 4 van het eerste lid bevoegd zijn tot wie moet de

ö ö 7. machtiging

het voorhanden hebben van een vuurwapen, dan moet hij daartoe, vorieenen

1 J en voor

behoudens dan het geval van beroep, gemachtigd zijn door het welkc

6., r 6 & J plaatsen geldt

hoofd van politie „zijner woonplaats". De aldus verkregen be- zu. voegdheid is overigens, \oor zoover in de machtiging niet uitdrukkelijk anders is bepaald, niet tot bepaalde plaatsen beperkt. Een jager b.v., die van het hoofd van politie zijner woonplaats machtiging heeft verkregen, mag, voor zoover de machtiging niet tot bepaalde plaatsen is beperkt, de vuurwapenen, waarvoor zij geldt, ook buiten zijn woonplaats voorhanden hebben. Verhuist de houder eener machtiging naar eene andere gemeente, dan moet hij daar eene nieuwe machtiging aanvragen. Immers hij is dan niet langer in het bezit van eene machtiging van het hoofd van politie „zijner woonplaats". In dien zin beantwoordde de Minister van Justitie in de Eerste Kamer de heeren de Waal Malefijt en van der Feltz x).

In beroep doet de Commissaris der Koningin in de provincie wat het hoofd van plaatselijke politie had behooren te doen. De houder eener door den Commissaris der Koningin in beroep verleende machtiging kan daaraan m. i. niet meer bevoegdheid ontleenen dan aan eene machtiging, verleend door het hoofd van politie zijner woonplaats. Verhuist hij m. a. w. naar eene andere gemeente, dan moet hij daar, zelfs wanneer die gemeente in dezelfde provincie gelegen is, een nieuwe machtiging aanvragen.

5. "In beroep kan machtiging worden verleend door den Com- Bevoegheid

• j v ■ ■ ■ 1, . - ,r , ... van den

missaris der Koningin m de provincie. „Voor de aanwiizing van commissaris

, r, . . ,b v , .... der Koningin

den Commissaris der Koningin pleit, behalve znne bemoeiing in In *«

i . . provincie.

zake het verleenen van jachtakten, dat hij ingevolge artikel 3, eerste lid onder 9°. der wet van 9 Mei 1890 (Staatsblad no. 81) machtigingen tot het bij zich hebben van een wapen op den openbaren weg of op eenige voor het publiek toegankelijke plaats mag afgeven. Ter voorkoming van conflicten schijnt het daarom gewenscht, hem in hoogste instantie mede over het verleenen van machtigingen voor het voorhanden hebben van vuurwapenen te laten oordeelen." Aldus de Memorie van Toelichting.

1) Handelingen van dc vergadering van 6 Juni 1919, blz. 531—532.

Sluiten