Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorts ook voortvloeien uit het laatste lid van artikel 3 dezer wet Hij, die niet bevoegd is om een vuurwapen voorhanden te hebben, is, behoudens de hierna te behandelen uitzondering, eveneens niet bevoegd om munitie voorhanden te hebben, dat wil dus zéggen: zelfs niet binnen de grenzen van artikel 72, tweede én derde lid, van het z.g. Buskruitbesluit, waaraan de Vuurwapenwet 1919 derogeert. Is iemand niet bevoegd om een vuurwapen voorhanden te hebben en vindt b.v. de politie bij hem 1000 metaal- of jachtpatronen, of een hoeveelheid slaghoedjes, Flobertpatronen of hulzen, dan kan zij hem zonder meer bevelen om die in te leveren. Immers ingevolge het laatste lid van artikel 3 dezer wet heeft hij ze, in weerwil van het bepaalde in artikel 72, tweede en derde lid, van het z.g. Buskruitbesluit, voorhanden zonder daartoe bevoegd te zijn.

Indien hij echter — ziehier de uitzondering op den regel, in den aanhef van het laatste lid van artikel 3 dezer wet gesteld — tot het houden van eene bewaarplaats of tot opslag van ontplofbare stoffen gerechtigd is 1), wordt hij niet onbevoegd om munitie voorhanden te hebben, door de eventueele omstandigheid, dat hij niet bevoegd is om een vuurwapen voorhanden te hebben. Voor het geven van een bevel tot inlevering van munitie is in dit geval eene voorafgaande machtiging van of vanwege den Minister van Justitie vereischt.

Aan het voorafgaande worde nog toegevoegd, dat, indien iemand wèl bevoegd is om een vuurwapen voorhanden te hebben, omtrent zijne bevoegdheid of onbevoegdheid om munitie voorhanden te hebben, in de Vuurwapenwet 1919 niets wordt bepaald. Die bevoegdheid of onbevoegdheid kan dan, gelijk wij zagen, voortvloeien uit de artikelen 71 en 72 van het z.g. Buskruitbesluit, in verband met de Hinderwet.

Artikel 4.

Allen, die van het afleveren van vuurwapenen of van munitie aan particulieren een beroep óf eene gewoonte maken, zijn verplicht een doorloopend register te houden en daarin onverwijld aanteekening te doen van alle door hen onder eenigen titel ontvangen of afgeleverde vuurwapenen of munitie.

Zij zijn verplicht daarin onverwijld te vermelden de namen en woonplaatsen zoowel van degenen, van wie de voorwerpen afkomstig of voor wie deze bestemd zijn, als van hen, uit wier handen zij de voorwerpen hebben ontvangen of in wier handen zij deze hebben afgeleverd, en voorts datum en gemeente van afgifte van de machti-

1) Men zie artikel 71 van het z.g.Buskruitbesluit.

Sluiten