Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gingen, consenten en geleibiljetten, welke ingevolge deze wet of de wet van 9 Mei 1890 (Staatsblad no. 81) aan bedoelde personen verleend mochten zijn, alsmede hetgeen verder door het hoofd van plaatselijke politie mocht worden voorgeschreven.

Zij zijn verplicht het register op eerste aanvraag ter inzage te vertoonen aan elk der ambtenaren, in artikel 14 bedoeld.

1. Personen, die van het afleveren van vuurwapenen of van vuur- Personen, ais

. , - bedoeld ln het

wapenen en munitie aan particulieren een beroep ot eene gewoonte eerste ud^zuimaken, als handelaren, fabrikanten, herstellers, zullen in den regel practisch

....... . ■ . . eene machtl-

practisch verplicht ziin zich van eene algemeene machtiging tot ging behoe-

het voorhanden hebben van vuurwapenen te voorzien, al zullen voorhanden

reizigers wellicht met geleidebiljetten kunnen volstaan 1). Immers vuurwapenen.

mag ingevolge artikel 6 een vuurwapen binnen het rijk in Europa in

het algemeen enkel worden afgeleverd aan iemand, die bevoegd

is het wapen voorhanden te hebben. En de hier bedoelde personen

zullen in den regel wel tevens van het ontvangen van vuurwapenen

in den zin der wet een beroep of eene gewoonte maken. Bovendien

zal artikel 9 der wet hen practisch tot het aanvragen van eene mach-'

tiging nopen.

Personen, die uitsluitend van het afleveren van munitie in den zin der wet aan particulieren een beroep of eene gewoonte maken, zullen eene machtiging tot het voorhanden hebben van vuurwapenen wellicht kunnen ontberen, indien zij althans ingevolge de z.g. Buskruitwet tot het houden van eene bewaarplaats of tot opslag van ontplofbare stoffen gerechtigd zijn. Is dat niet het geval, dan zal artikel 9 der Vuurwapenwet 1919, in verband met artikel 3, laatste lid, dier wet, ook hen tot het aanvragen van eene machtiging practisch nopen.

De autoriteiten, bevoegd om machtigingen tot het voorhanden hebben van een vuurwapen te verleenen, verkrijgen derhalve in ruime mate de gelegenheid om, door het stellen van voorwaarden, te bevorderen, dat de voorschriften, bij of krachtens de Vuurwapenwet 1919 uitgevaardigd, in den wapen- en munitiehandel zullen worden nageleefd 2), en om zoo noodig, op den aard van de vuurwapenen en van de munitiën, welke hier te lande in den handel verkrijgbaar zijn, invloed te oefenen. Immers kan eene machtiging tot vuurwapenen van eene bepaalde soort worden beperkt of kan

1) Artikel 3 onder 7°. der z.g. Wapenwet, gelijk dat is gewijzigd bij artikel 17 der Vuurwapenwet 1919. Hetzelfde geldt tot zekere hoogte voor ondernemers van middelen van vervoer.

2) Men vergelijke artikel 10, eerste lid en tweede lid, onder 1'., van het Vuurwapenreglement.

Sluiten