Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1. Met betrekking tot de vraag, onder welke voorwaarden eene stof of een voorwerp als een onderdeel van eene bom, eene handgranaat, enz. is aan te merken, vergelijke men aanteekening 3 op artikel 1. Ontplofbare stoffen, enz. kunnen op een gegeven oogenblik voor onderdeel van eene bom, eene handgranaat, enz. worden bestemd. De enkele, niet uiterlijke herkenbare bestemming acht ik ook ten deze niet voldoende. Wanneer b.v. een anarchist eene hoeveelheid van eene ontplofbare stof, welke ook voor andere doeleinden kan dienen, bestemt tot onderdeel van eene bom, dan wordt die stof daardoor alleen nog niet tot onderdeel van eene bom, doch m. i. eerst, wanneer die bestemming uiterlijk herkenbaar is, wanneer uit uiterlijke kenteekenen, b.v. uit den aard van het voorwerp, waarin de stof is opgenomen, of uit den verderen inhoud van dat voorwerp (spijkers, stukken ijzer, enz.), blijkt, dat de stof bestemd is om in verbinding met andere stoffen of voorwerpen eene bom te vormen.

2. Omtrent de op overtreding van het verbod van dit artikel gestelde strafrechtestraf zie men artikel 12 en aanteekening 1 op dat artikel. Onder o^oCt™-'' omstandigheden geldt het hier een misdrijf, waarop gevangenis- artLi?n *" straf van ten hoogste vier jaren of geldboete van ten hoogste zes duizend gulden is gesteld.

3. Wanneer iemand ontplofbare stoffen voorhanden heeft, welke stratreehteniet als onderdeelen van eene bom, eene handgranaat, enz. kunnen ópkhetBoni!e. worden aangemerkt, dan zal hij, indien hij althans niet tot het yoXnden houden van eene bewaarplaats of tot opslag van ontplofbare stoffen ïnJpioibMe" gerechtigd is, ook in den vervolge strafbaar kunnen zijn krachtens

artikel 2 der z.g. Buskruitwet, in verband met artikel 72 van het z.g. Buskruitbesluit, en artikel 22 a van de Hinderwet. De bij de genoemde wetsartikelen gestelde straffen (geldboete of hechtenis) zijn voor die gevallen, waarin de strafbare handeling de omwoners aan de grootste gevaren blootstelt, of waarin de dader weet of redelijkerwijs moet vermoeden, dat de stoffen bestemd zijn tot het plegen van een misdrijf, ongetwijfeld veel te licht.

Artikel 6.

Het is verboden een vuurwapen binnen het rijk in Europa al te leveren.

Het voorgaande lid is niet van toepassing ten aanzien van het afleveren van een vuurwapen: 1°. aan iemand, die bevoegd is het wapen voorhanden te bebben;

Onderdeel van eene bom, eene handgranaat enz.

Sluiten