Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moeilijkheden zal geven. „Hoe zal hij, die het wapen aflevert, b.v. weten, of hij te doen heeft met een persoon, als bedoeld in art. 3, eerste lid, sub. 6°, der wet van 9 Mei 1890 (Staatsblad no. 81)?" In zijn antwoord gaf de Minister van Justitie te kennen, dat de hier bedoelde uitzonderingsbepaling (no. 2 van het tweede lid van artikel 6) hierop neerkomt, dat de jager, die aan den drijver een geweer aflevert om dat voor hem naar (of van) het jachtveld over te brengen, onder het verbod van aflevering van een vuurwapen binnen het rijk in Europa niet valt. No. 2 van het tweede lid gaat intusschen m. i. nog verder en dekt b.v. ook de^ wapenhandelaar, die een gerepareerd schietgeweer aflevert aan den knecht van een jager, dbor dezen belast om dat geweer van of naar het jachtveld over te brengen.

Artikel 7.

Naar regelen, te stellen bij algemeenen maatregel van bestuur, kan van personen, die ingevolge deze wet eene machtiging, oï krachtens een algemeenen maatregel van bestuur, als bedoeld in artikel 2, een consent van invoer, uitvoer, doorvoer of vervoer aanvragen, een bedrag worden geheven ter vergoeding van kosten van administratie en toezicht.

De machtiging of het consent en de vuurwapenen en de munitie, waarop zij betrekking hebben, moeten op eerste aanvraag worden vertoond aan elk der ambtenaren, in artikel 14 bedoeld.

Eerste ud. I. Men vergelijke bij het eerste lid de artikelen 9 en 6 van het Vuurwapenreglement.

Tweede ud. 2. Het niet nakomen van het tweede lid kan, behalve tot strafvervolging x), onder omstandigheden bovendien aanleiding geven tot schorsing of intrekking van de machtiging, al of niet na waarschuwing.

De verplichting tot het vertoonen van het consent of van de vuurwapenen en de munitie, waarop het betrekking heeft, rust m. i. mede op den onmiddellijken vervoerder, die wel veelal een ander zal zijn dan degene, wien het consent is verleend.

Artikel 8.

De hoofden van plaatselijke politie gedragen zich in de uitvoering dezer wet naar de aanwijzingen van of vanwege Onzen Minister van Justitie.

1) Artikel 12, tweede lid.

Sluiten