Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nieuwe bevoegdheid tot het geven van een bevel tot inlevering enkel uit te oefenen, voor zoover het algemeen belang dat vordert. „Uiteraard" — aldus de Memorie van Toelichting — „zal er ten aanzien van een persoon, die, hoezeer hij vuurwapenen onbevoegdelijk voorhanden heeft, nochtans aan de vereischten voor het verleenen van een machtiging blijkt te voldoen, geen bepaalde aanleiding zijn tot het geven van een bevel, als hier bedoeld. Voor onnoodigen overlast make derhalve de rustige burger, die geen onredelijk grooten voorraad vuurwapenen bezit, zich niet bevreesd."

3. Degene, die onbevoegdelijk vuurwapenen voorhanden heeft en Teruggave wien is bevolen om die in bewaring te geven, kan natuurlijk aan- bewaring stonds eene machtiging tot het voorhanden hebben van die wapenen vuuraanvragen. Wordt hem die verleend, dan kan onverwijld terug- munitie? ° gave der wapenen volgen 1).

Dienovereenkomstig kan ook teruggave van munitie volgen, zoodra de onbevoegdheid tot het voorhanden hebben daarvan is opgeheven, b. v. doordat degene, wien het bevel tot inlevering is gegeven, eene machtiging tot het voorhanden hebben van een vuurwapen verkrijgt 2).

4. Terwijl artikel 29, eerste lid, der z.g. Oorlogswet alleen ver- wijze van meldt inlevering „op daartoe aan te wijzen plaatsen", laat het eerste '"k™1"*' lid van artikel 9 der Vuurwapenwet 1919 mede toe de inlevering

„in handen van daartoe aan te wijzen personen". Dientengevolge kunnen de hoofden van plaatselijke politie het bevel tot inlevering ook zóó inkleeden, dat aan dengene, die het overbrengt, de vuurwapenen of de munitiën moeten worden afgegeven. Hetgeen onder omstandigheden practisch kan zijn.

5. Met de „andere personen", vermeld in den tweeden zin van Eerste nu. het eerste lid, worden natuurlijk bedoeld personen, die bevoegd zijn weede n' vuurwapenen en munitie voorhanden te hebben. Daaronder vallen

dus niet alleen de personen, wien tot het voorhanden hebben van een vuurwapen machtiging is verleend8), doch ook die, vermeld in artikel 3, eerste lid, onder 2°. en 3°. Militaire verlofgangers b. v. zouden door toepassing van den tweeden zin van het eerste lid tot inlevering van hunne geweren kunnen worden verplicht.

6. Het bevel tot inlevering kan worden gegeven, hetzij — en dit Bijzonder oi

zal wel regel worden — aan bepaalde personen, bij wie het bezit bevel tot

Inlevering; . spoedeischen-

1) Aldus de Memorie van Toelichting. de gevallen.

2) Men zie artikel 3, laatste lid.

3) De machtiging kan door het hoofd van plaatselijke politie worden geschorst of ingetrokken, waarna zonder meer een bevel tot inlevering kan worden gegeven.

Sluiten