Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Memorie van Antwoord gevolg gaf. Een beleidvolle toepassing is wel zeer noodig.

Nu aan de opsporingsambtenaren zoo uitgebreide bevoegdheden tot onderzoek zijn toegekend, zal m. i. het doen van eene bepaalde vordering tot uitlevering van voorwerpen, als in artikel 15 bedoeld, door het opzettelijk niet-nakomen waarvan degene, töt wien de vordering wordt gericht, zich strafschuldig zou maken, in vele gevallen beter achterwege kunnen worden gelaten. Eene mededeeling, dat een onderzoek moet worden ingesteld, tenzij natuurlijk de voorwerpen vrijwillig worden afgegeven, zal wel als regel voldoende zijn. »

Artikel 16.

Deze wet is niet van toepassing op vuurwapenen, welke voor gebruik als zoodanig niet geschikt te maken zijn of het karakter dragen van oudheden.

Het artikel biedt een middel om vuurwapenen aan de toepassing der wet te onttrekken, door ze n.1. duurzaam voor gebruik ongeschikt te maken.

Artikel 17.

Artikel 3, eerste lid, onder 7°., der wet van 9 Mei 1890 (Staatsblad no. 81), gewijzigd bij de Vogelwet 1912, wordt gelezen als volgt:

„7°. geen ander wapen vervoeren dan dat zoodanig is ingepakt, dat het niet voor dadelijk gebruik kan worden aangewend, mits het vervoer, voor zoover betreft een vuurwapen, gedekt is, hetzij door een geleibiljet, afgegeven door het hoofd van politie der gemeente, waar het vervoer een aanvang neemt, hetzij door een consent van invoer, uitvoer,. doorvoer of vervoer".

1. Met betrekking tot artikel 3 no. 7°. der z.g. Wapenwet, gelijk Nooddat vóór zijne wijziging luidde, werd in de Memorie van Toe- van*dit *ld lichting tot het ontwerp-Vuurwapenwet het volgende opgemerkt. *rtUc*1* „Zooals dat nummer thans luidt, zou het een waar gevaar voor de openbare orde of veiligheid kunnen opleveren, waar immers de verpakking op elk gewenscht oogenblik kan worden afgenomen 1). Een geleibiljet zal in het algemeen alleen worden afgegeven voor het vervoer van of naar personen, tot het voorhanden hebben van wa¬

penen 2) bevoegd."

2. No. 7 van artikel 3 der z.g. Wapenwet stelt eene uitzonde ring op de verbodsbepaling tegen het bij zich hebben van een wa

1) Men vergelijke hierboven de Inleiding onder I en V, aan het einde.

2) Lees: vuurwapenen.

- Bcteekenlg van art. S

- onder 7°. der z.g. Wapenwet.

Sluiten