Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het vervoer op een geleibiljet moet geschieden overeenkomstig hetgeen daarbij ten aanzien van route, tijd en wijze van het vervoer is bepaald, waarvan de politie zich door de inzage van het geleibiljet, dat immers de vervoerde vuurwapenen moet vergezellen, kan overtuigen. In het geleibiljet kan een persoon als de onmiddellijke vervoerder worden aangewezen, n.1. in de omschrijving van de wijze van het vervoer. Die persoon kan m. i. een ander zijn dan degene, wien het geleibiljet is afgegeven. Men zie aanteekening 2 op artikel 6. Ten aanzien van het vervoer, dat gedekt is door een consent, geldt m. i. hetzelfde.

Opgemerkt worde ten slotte, dat het vervoer van vuurwapenen in den zin van de Vuurwapenwet 1919 in het algemeen niet is verboden, doch enkel dat van bommen, handgranaten, enz. *) Een geleibiljet van het hoofd van plaatselijke politie voor het vervoer van een vuurwapen kan den vervoerder natuurlijk enkel aan de toepasselijkheid van het verbod tegen het bij zich hebben van een wapen op den openbaren weg of op eenige voor het publiek toegankelijke plaats onttrekken, doch niet aan de toepasselijkheid van een verbod van vervoer van vuurwapenen. Mocht b.v. een hoofd van plaatselijke politie voor het vervoer van eene bom een geleibiljet hebben afgegeven, dan zou de vervoerder wel is waar niet op grond van overtreding van de z.g. Wapenwet, doch wèl wegens overtreding van het verbod van artikel '3 van het Vuurwapenreglement kunnen worden vervolgd.

Artikel 18.

Wij bepalen, op welk tijdstip, of op welke tijdstippen onderscheidenlijk, de bepalingen dezer wet in werking treden. Deze wet kan worden aangehaald als „Vuurwapenwet 1919".

1) Artikel 3 van het Vuurwapenreglement.

Sluiten