Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan eene machtiging tot het voorhanden hebben van vuurwapenen, verleend aan iemand, die van het afleveren van vuurwapenen of van munitie aan particulieren een beroep of eene gewoonte maakt, worden steeds de navolgende voorwaarden verbonden:

1°. dat de houder behoorlijke voorzorgsmaatregelen zal nemen en behoorlijk toezicht zal oefenen of doen oefenen, om te verzekeren, dat voor hem handelende personen de bepalingen, bij of krachtens de Vuurwapenwet 1919 gesteld, stipt naleven;

2°. dat het doorloopend register, hetwelk hij ingevolge artikel 4 der Vuurwapenwet 1919 moet houden, is ingericht naar een model, vastgesteld door Onzen Minister van Justitie;

3°. dat hij op een bon voor de aflevering van een vuurwapen alleen dan een vuurwapen zal afleveren, indien de inhoud van den bon zich daartegen niet verzet, en dat hij alsdan met den bon zal handelen, als daarop is aangegeven.

1. Het model van het doorloopend register, bedoeld in no. 2 van het tweede lid, is in de bijlage van dit werkje te vinden x).

2. Met betrekking tot no. 3 van het tweede lid worden opgemerkt, Bon ™°r dedat ingevolge artikel 6 der Vuurwapenwet 1919 een vuurwapen in v»nTeenng het algemeen alleen mag worden afgeleverd aan iemand, die bevoegd vuurwBpen' is het wapen voorhanden te hebben. Iemand zal dus niet zelden

eene machtiging tot het voorhanden hebben van een vuurwapen moeten aanvragen om er een te kunnen koopen. Aan de machtiging zal voor dat geval een bon worden gehecht2), waarop het wapen kan worden afgeleverd. De verkooper moet den bon aanstonds innemen en voor verder gebruik ongeschikt maken, door hem op de rugzijde van zijne handteekening en van den datum der aflevering te voorzien, en vervolgens bewaren, gelijk door middel van de voorwaarde, in bovenbedoeld nummer gesteld, wordt getracht te verzekeren.3) Langs dezen weg wordt tegengewerkt, dat iemand zich b.v. op een bon voor de aanschaffing van één vuurwapen bij meerdere wapenhandelaren een doet afleveren.

Artikel 11.

Het bewaarloon, bedoeld in artikel 10, derde lid, der Vuurwapenwet 1919, bedraagt één gulden per K.G. gewicht van de in bewaring gegeven voorwerpen, doch ten minste één gulden per jaar. Niet geheel vervulde jaren worden daarbij voor een vol jaar gerekend.

1) Model g.

2) Men vergelijke artikel 9, tweede lid.

3) Men zie de bijlage van dit werkje (model F).

Sluiten