Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ETHIEK EN WONDEREN DER BUREAUCRATIE NAAST ONVEILIGHEID IN DE CULTURES.

De nieuwe Grondhuur-ordonnantie (3e verbeterde(?) editie) van Staatsblad 1918 No 88. Hoe behoorde zij te zijn?

Een ieder zegge, wat hem waarheid dunkt, de waarheid zelve zij Gode bevolen.

n: Lessing.

In deel 21 aflevering 5 van het helaas thans reeds ter ziele gegane Tijdschrift voor het Binnenlandsch Bestuur, komt een artikel voor van mijn hand getiteld „Theorie en practijk,"

)rEene beschouwing van de Grondhuur-ordonnantie in Staatsblad „1895 No. 247, zooals zij gewerkt heeft, hare vervanging door „die van Staatsblad 1900 No. 240, hoe behoorde zij te zijn?"

De thans door mij omtrent de nieuwe Grondhuur-ordonnantie van Staatsblad 1918 No. 88 hier gegeven beschouwingen kunnen worden aangemerkt als een vervolg van en geheel aansluitend aan mijn artikel „Theorie en practijk" vd:

In het belang der volledigheid en ter wille van een goed overzicht voor den lezer, wordt laatstgenoemd artikel dan ook hierachter als bijlage in zijn geheel weder opgenomen, (bijlage 1) Niet alleen echter om laatstgenoemde twee redenen, maar mede omdat bedoeld artikel in mijn oogen zelfs op het huidige oogenblik, alzoo 18 jaar na eerste publicatie, nog van evenveel actueel belang is, als voorheen.

De daarin door mij aangehaalde feiten, wijzende op fouten en ziekelijke toestanden geschapen door en wortelende in de grondhuurondonnantie, zullen bijna zoo goed als alle ook door invoering van de ordonnantie van 1918 niet verdwijnen, maar blijven voortbestaan.

Ik herhaal, hetgeen ik schreef in 1900: bladz. 407.

Sluiten