Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Europeesch op het Inlandsch bestuur, zullen o. m. ook begrepen zijn, de bevoegdheden en bemoeingen tot dusver door het Europeesch Bestuur uitgeoefend in zake: de verhuring van grond door Inlanders aan niet-lnlanders; aldus zal tenminste spoedig worden aangevangen met een „proef" in de afdeeling Tjiandjoer.

Enfin, in die afdeeling zal de proef niet veel kwaad kunnen stichten, maar gaat men daartoe ook over in andere streken, meer bijzonder centra van suiker industrie, dan kan ik niet anders dan uitroepen: „God zegene de greep!" De ordonnantie, in de eerste plaats geschapen ter bescherming van de belangen der bevolking, moet verder zijn, zooals ik zeide „ad captum vulgi", bevattelijk binnen het begripsvermogen der bevolking.

Hoe naief moet 'men wel niet zijn om te vermeenen, dat de grondverhuurder, i. c. de „orang tani" en met hem dessahoofd en desabestuurder, de ordonnantie welke hen beschermen moet, zal kunnen begrijpen! zal kunnen volgen in hare toepassing in de practijk! Het is al te gek om van te spreken! En toch moet zulks in het thans gehuldigde Regeeringssysteem, met het beginsel van z. g. „vrije verhuur", wel worden aangenomen.

Economisch zwakken moeten door den staat beschermd worden, mogen of kunnen nog niet vrij zijn, zoolang die economische zwakte niet geheel is opgeheven.

Ook is het desaverband zelf nog te los, om klakkeloos toepassing van Westersche voorschriften te kunnen verdragen.

„Goede wetten, moeten niet aan logische eischen van abstracte „systemen beantwoorden, maar wel aan de natuur der volken. „Bruikbare wetten worden niet in magazijnen van gemaakte klee„dingstukken aangekocht, maar moeten voor elk volk naar de „eischen van zijn statuur worden aangemeten;" waartoe hier grondige studie van en bekendheid met taal, zeden en gewoonten van het volk, van het desaverband. alsmede grondige kennis van plaatselijke toestanden en gewoonten, regelende het grondbezit, noodzakelijk is.

Deze studie en kennis is alleen te verwachten van ambtenaren van het B. B., die in hun diensttijd hun oogen den kost hebben gegeven, en daarbij roeping gevoelden, de bij hun opleiding vergaarde wetenschap door de praktijk van hun ambt te verrijken.

Sluiten