Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

luierstoel hebben gerust, afgebroken, afgemaakt — werk van de bureaucratie!

Slappelingen, zelfs physiek ongeschikten, die middels laisser aller, laisser faire hun geheelen diensttijd door natuurlijk schoon e papieren hebben kunnen behouden, na volbrachten diensttijd gehandhaafd, alsmede „vriendjes", „bloed"- en „aanverwanten" boven en voor anderen promotie laten maken; om hen in zalig niets-doen, alsnog in de gelegenheid te stellen, een maximum pensioen te kunnen verdienen.

Pcsonen, die in de jeugd van hun carrière het B. B ontvloden en met hooger salaris overgingen naar de Departementen of in andere speciale betrekkingen, buiten het eigenlijke Bestuur staande, om aldus ongemerkt de zware vermoeienissen en moeilijkheden van het eigenlijk Bestuur te kunnen ontloopen en de zich in die werkkring voordoende klippen te kunnen omzeilen, later op tijdstippen, dat juist opgedane ervaring in de practijk, dat juist een grondige kennis van sociale, economische, agrarische en agricultuur toestanden in de desa en in het diepe binnenland, zoo brood noodig en een grondige kennis van taal en volk onmisbaar is voor een richtige uitoefening van den Bestuurstaak, niettemin ondanks besliste afwezigheid van een en ander, toch weder teruggevoerd bij het eigenlijk Bestuur en begunstigd met de hoogste betrekkingen van Assistent-Resident en Resident.

Hij die dit systeem wist in te voeren en te doen handhaven, gerugsteund door de au fond nietswaardige antedeluviaansche instelling der conduitebeoordeelingen, kan m. i. niet zijn geweest een persoon met een nuchter gezond verstand, maar wel een imbeciel. Alles werk van de bureaucratie! Ter illustratie hier slechts één voorbeeld. Een nieuw opgetreden Resident, werd bij het eerste bezoek aan onze afdeeling, door den" Regent en door mij aan den grens verwelkomd.

In de afdeeling was één Suikerfabriek gelegen. Bij het rijden onderweg, langs den grooten postweg, werpt ZHEdQest. zeer belangstellende blikken op de beplante velden. De Resident,die al zeer lang gezwegen had, zeide plotseling tegen mij: ^„Die djagoeng-aanplant staat hier bijzonder mooi, vindt u niet?" Ik moest tot mijn groot leedwezen antwoorden: „Pardon, Resident, u heeft abuis, het is geen djagoeng, het is jonge maalriet aanplant

Sluiten