Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naam niet te kunnen teekenen of daarin verhinderd worden, in welke gevallen van een dergelijke verklaring, alsmede van de reden van verhindering, uitdrukkelijk in de akte moet worden melding gemaakt. tin* •

Lezer, lach nu niet: stel U voor 50 a 60 landbouwers, die grond hebben verhuurd aan de fabriek: De Controleur gaat ten slotte, plechtig en plichtmatig, over tot het sluiten van het contract. De heeren landbouwers, zitten als gedweëe schapen in de pendoppo van distriktshoofd, onderdistriktshoofd, van desahoofd, of elders waar daartoe geschikte ruimte beschikbaar is. Ten slotte komt dan natuurlijk de onderteekening. De wedana heeft de schrijfpen in den hand; aan dit instrument is een draad verbonden, een lange draad; deze draad gaat als ware hij eene electrische geleiding naar de 50 è 60 comparanten; gaat bij hen door hand naar hand, ten slotte door aller handen; ieder heeft dus een zeker deel van den draad vast. De wedana zet middels de schrijfpen, waaraan het touwtje bevestigd is, zijn handteekening, indien noodig; zoo niet noodig, blijft hij toch de pen handteeren en teekent kruisjes achter de namen der comparanten ; juist zooveel kruisjes als er mannetjes zijn. Aan de formeele eisch van de Wet is voldaan, het contract is inderdaad „geteekend," maar hoe?!

Is er nu grooter „schijnvertooning" denkbaar ? vraag ik thans!

Zoo is de ware toestand in de practijk. Deze moet, mag althans aan den heer de Graaff niet onbekend zijn geweest, anders heeft hij op zijn inspecties niet goed gezien!

Over de door den heer de Graaff, gereleveerde „bespotting van „het begrip eener op vrije wilsuiting van partijen gegronde „overeenkomst," zal ik het iets verder in dit artikel nog hebben.

Deze beoordeeling deed indertijd in mijn oogen de deur toe%; ik achtte dan ook, na bespreking met anderere collega's ten slotte op dergelijke repliek, een dupliek nutteloos. Waar dergelijke stellingen werden verkondigd, beschouwde ik, en met wij vele collega's meerdere pogingen van mijn kant ook als v e c h t e n' tegen de bierkade. Immers mijn geheele artikel „theorie en practijk" had juist tot strekking, aan te toonen, dat van een z. g. „vrije wilsuiting" bij den „tani" geen sprake was. Achteraf' beschouwd, kan ik nu echter niet anders dan ten zeerste

Sluiten