Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De zaak is zoo eenvoudig mogelijk.

De heer de Graaff begrijpt haar niet, of wil haar niet begrijpen. 20 bahoe wordt verhuurd, de rest 40 bahoe daarna verdeeld onder de deelgerechtigden; ieder krijgt dus 2/3 bahoe. Verdeeling heeft immers anders toch ook plaats.

In desa's met communaal grondbezit en periodieke verdeeling, heeft toch ook geregeld herverdeeling plaats: hetzij na 1, na 2, of meer jaren; al naar in de desa gebruikelijk is. Daarbij komt ook, als noodzakelijk gevolg van de driejaarlijksche verplaatsing van den rietaanplant, natuurlijk geregelde verplaatsing van koelie aandeelen voor. (koelie beteekent hier deelgerechtigde in den communalen bouwgrond.)

f>at de gelieele agrarische toestand daardoor „omver zou worden gestooten" is mij een raadsel! Men zoh haast gaan denken, dat inderdaad de kennis van de agrarische toestanden in de desa voor den heer de Graaff ook een raadsel is.

Dat „aan menschen wellicht van oudsher door hen bezeten „grond zal worden ontnomen," begrijp ik evenmin; aandeelen wisselen immers ook thans reeds, volgens bestaand oud gebruik, van tijdelijk eigenaar als deelgerechtigde in den communaal bezeten grond. Er heeft toch ook nu reeds geregeld periodieke herverdeeling plaats, na 1, 2 of meer jaren, al naar het gebruik medebrengt. Van eene ontneming der wellicht van oudsher door hen bezeten gronden, kan eenvoudig geen sprake zijn, zulks is eenvoudig onbestaanbaar! De geheele redeneering van den heer de Graaff is absurd en in s t r ij d m e t de w e r k e 1 ij k h e i d. Dat de heer de Graaff de zaak niet goed doorziet, blijkt ook al uit het woord „w e 11 i c h t", in de door hem gevoerde redeneering.

De heer de Graaff heeft ook gezegd: „Waarlijk grooter „bespotting van het begrip eener op vrije wilsuiting van partijen „gegronde overeenkomst zou moeielijk denkbaar zijn."

Zooals ik hiervoren reeds zeide, gaat van „intimidatie" zekere kracht uit tegenover den tegenstander. Het verpletterend oordeel, dat de door mij voorgestelde regeling, „eene bespotting" zou zijn als hiervoren gezegd, heeft mij toen ook ten zeerste getroffen. Met volle wetenschap der practijk verkregen, door eigen aanschouwing, had

Sluiten