Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4. moet de Inlander ten slotte opbrengen de 4°/ó rente, voor door het Gouvernement als werkkapitaal verstrekte gelden. Aldus is het mogelijk, dat het z. g. goedkoop crediet oploopt tot 24°/b.

De banken, zooals ik zeide, aanvankelijk opgericht met te geringe finantieele Regeeringssteun en bij haar werkking geheel drijvende op den steun en de daadwerkelijke medewerking van Europeesche en Inlandsche ambtenaren en desahoofden, incluis desabestuur; kunnen tot heden die steun en medewerking nog onmogelijk missen.

Aanvankelijk dan ook aanschrijvingen van Regeeringswege in bovenstaanden zin, zelfs zeer strenge'aanschrijvingen, dateerende uit het tijdperk van den G. G. Van Heutsz.

Na diens aftreden, sloeg men een anderen koers in ; de blaadjes der Centrale Kas laten omtrent dit punt geen twijfel bestaan; het B. B. moest worden uitgeschakeld; met het noodlottig gevolg, dat er reuzenachterstanden geboren werden, gevolg van allerlei knoeierijen. In een in 1917 uitgekomen circulaire van den adviseur voor het Volkscredietwezen, (datum en nummer dezer circulaire herinner ik mij niet) wordt gezegd, dat 90°/0 der winsten van de banken wordt verkregen uit boeten en sübsidiën; zoodat wel blijkt, dat het uitgeleend bedrag bij tal van banken, minder rente opbrengt dan de gezamenlijke administratiekosten bedragen; zoodat elke leening tegen een lagere rente (n. 1. dan die van den thans reeds bestaanden rentevoet) voor de banken een dubbel verlies beteekent. Dus maar steeds „verhooging van rentevoet", wel ja, waarom niet? Middels hulp van „Specialiteiten" komen wij zoo langzamerhand wel tot een rentevoet, die de woekerrente van Vreemde Oosterlingen nabijkomt of overtreft. X^T*

Niettemin houdt de bureaucratie vol, dat het bedrijf „bloeit"! Men heeft blijkbaar daarbij alléén de oogen dan gevestigd op het hooge bedrag der uitgeleende gelden.

Dit is echter de theorie. De practijk leert bovendien ook nog, dat er bij een z. g. bloeiende ban k, gewoonlijk een „verborgen achterstand" bestaat.

Soeto leent o p 1 a s t van zijn loerah f 50; dit bedrag heeft de loerah zelf noodig, niet Soeto; heeft het ook wel eens niet

Sluiten