Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zeer terecht was dan ook in de ordonnantie van 1900, (en is ook in de nieuwe ordonnantie van 1918 (art. 4 alinea 1 sub a) de maximum huurtermijn dezer gronden principieel gesteld op 1 jaar (1 oogstjaar). Niettemin opent laatstgenoemd artikel in alinea 2 toch weder de mogelijkheid tot inhuur van ambtsvelden voor den duur van 21 % jaar?! ;

Evenzoo geeft alinea 2 van art. 6 gelegenheid tot inhuur van apanagegronden voor „langer dan de duur van de daarop „uitgeoefende gebruiksrechten". — Op dit laatste artikel zal ik straks nog nader terugkomen —. ,i3t>

De bepaling van schadeloosstelling van den nieuwen eigenaar van het ambtsveld door den huurder, ingeval dit tijdens den loop van den huurtermijn van eigenaar verwisselt, ook reeds voorkomende in de ordonnantie van 1900, is terecht in de nieuwe ordonnantie van 1918 gehandhaafd gebleven (art. 12 sub a).

JVlaar ondanks deze laatste bepaling, zal juist de mogelijkheid van 21 >2 jarigen inhuur, geopend door alinea 2 van art. 4, als mede van meerjarigen inhuur in het algemeen ingevolge alinea 2 van art. 6, een zeer groote bron opleveren van ver: wikkelingen en ontevredenheid onder desahoofden en desabestuurders, waarvan ten slotte weder de fabrikant, of inhuurder van den grond de dupe wordt. De ordonnantie moet er op gericht zijn, deze verwikkelingen te vermijden, ze onmogelijk te maken.

Het „bezwaar" in te brengen door minstens lj3 der gezamenlijke deelgerechtigden, als bedoeld in alinea 1 van art. 6, alsmede het „bezwaar" in te brengen door het desahoofd, als bedoeld in alinea 2 van dat artikel, is in de practijk een wassen neus.

Slechts ervaren bestuursambtenaren kunnen over de juiste waarde van dit gezegde oordeelen. In vele desas is de wil van het desahoofd synoniem aan den wil van de meerderheid, in anderedesa's weder is de wil van een „badjingan", „brama'jorah" „semoet gatël", of hoe men hem noemen wil, synoniem aan dezen wil:

Die wil kan ook synoniem zijn aan den wil van één Inlandsen ambtenaar, mede ook aan den wil van den fabrikant. Het geval, dat bij de boedelbereddering van een overleden Regent, gebleken is, dat deze voor 40 mille bij den fabrikant in het krijt stond, is mij van nabij bekend; mede is mij van nabij bekend, hoe vele

Sluiten