Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Thans mag volgens de door mij reeds besproken alinea 1 van art. 5 wél eèn ander stuk grond, wel een „nieuw aandeel" aan een gogol worden toegewezen !

Er staat toch zeer duidelijk in die alinea:

„indien is gebleken, dat ten behoeve van de deelgerechtigden, „die niet met de huur instemmen, gronden tot dezelfde of een gelijkwaardige uitgestrektheid, als bij hen in gebruik is, van de „verhuur zijn uitgezonderd", duidelijker kan het niet!

Na kennisneming van deze alinea 1 van art. 5 der nieuwe grondhuurordonnantie, kan de heer de Graaff, nu precies dezelfde hoogdravende geleerdheid (?) neerschrijven, als is geschied in zijn critiek op mijn artikel , theorie en practijk ''

Het hier vorengaand door mij aangehaalde uit die critiek is toch van onmiddelijke toepassing op alinea 1 van art. 5 der nieuwe grondhuurordonnantie van 1918.

En niettemin heeft de Regeering, een dergelijk voorschrift nu wel aangedufd? Ook al niet!

De- Regeering heeft niets aan te durven gehad. Het door den heer de Graaff gedachte en door hem zoo zeer veroordeelde „ontnemen der wellicht van oudsher door den „inlander bezeten grond en toewijzing van een ander aandeel" bestaat al even z o lang en nog veel langer dan eenige grondhuurordonnantie heeft bestaan.

Die regeling is door de desa zelf geschapen, wortelt in

de „desa-adat" maar was aan den heer de Graaff

helaas blijkbaar niet bekend.

De heer de Graaff wist in 1900 blijkbaar niet, hoe grondverdeeling in desa's met communaal bezit plaats heeft, wist toen blijkbaar evenmin, hoe het vormen van huurcomplexen in de desa geschiedde; zag in „de toewijzing van een ander aandeel" alleen en uits'uitend eene, blijkens zijn daarop geuite critiek, zeer laakbare uitvinding van mij in het nadeel der bevolking. Het is treurig maar niettemin waar!

Er is zoo veel treurigs in de wereld !

Men heeft Copernicus wel op den brandtstapel gebracht, omdat hij het „beter" wist.

Sluiten