Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

THEORIE EN PRACTIJK.

Eene beschouwing van de grondhuurordonnantie in Staatsblad 1895 No. 247, zooals zij gewerkt heeft, hare vervanging door die van Staatsblad 1900 No. 240, hoe behoorde zij te zijn ?

Zeer vreemd kan het genoemd worden, dat na de inwerkingtreding van de ordonnantie van Staatsblad 1895 No. 247 niemand van het Binnenlandsch bestuur in geschriften iets heeft doen hooren betreffende hare werking, hare meerdere of mindere bruikbaarheid in de practijk, betreffende de resultaten met hare toepassing verkregen. En toch zijn het n. b. m juist hier de ambtenaren van het Binnenlandsch Bestuur, die de Regeering konden en moesten voorlichten. Zou mogelijk de vrees voor verkeerde appreciatie op kritiek, uitgeoefend op het werk door de Regeering zelve tot stand gebracht, hier hebben voorgezeten — deze vrees is m. i. al zeer ongegiond. De ambtenaren van het Binnenlandsch Bestuur hebben met de ordonnantie te maken, zij moeten daarmede werken, haar naar den geest en ook naar de letter toepassen, zij alleen kunnen haar in werkelijkheid approfondeeren, waarom dan gezwegen, waar moeilijkheden zich voordeden, waar de ordonnantie in de practijk bleek onuitvoerbaar te zijn, waar veel daarvan een doode letter bleef, waar met hare toepassing toestanden geschapen werden en nog geschapen zullen worden, die thans dringend verbetering behoeven.

Als adspirant-controleur geplaatst in eene afdeeling met 2 suikerfabrieken had ik het voorrecht de invoering dier ordonnantie te kannen bijwonen, de aldaar geplaatste Inlandsche ambtenaren met hare strekking en werkking te kunnen bekend

Sluiten