Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van vrijwillige verhuur is dus geen sprake, het stelsel van premiën voor den aanbreng van gronden zorgt ervoor, dat iedereen meedoet, het belang van het desa-hoofd en het desa-bestuur is er mede gemoeid.

Waar dus in de practijk de door mij voorgestelde toestand van verplichte verhuur toch reeds inderdaad bestaat en bij de nieuwe ordonnantie (Staatsblad 1900 No. 240) ook bestaan zal blijven, zou dan lang nagedacht behoeven te worden over het vraagpunt, of het niet urgent is, een reeds clandestien bestaande vicieuse toestand met nadeelige gevolgen, èn voor den Inlander èn voor den fabrikant, in het leven geroepen door de thans bestaande bepalingen, liever te doen vervangen door een gewettigden staat van zaken, die aan beide partijen ten goede zal komen, niet het minst aan den Inlander.

Het stelsel van premiën voor inbreng van gronden, de bemoeienis van desa-hoofden en desa-bestuur bij den inhuur van communale gronden, eenmaal in zwang en waarbuiten de fabriek het thans niet goed zou kunnen stellen, vervalt daardoor van zelf.

Voor de gronden in individueel bezit, of in agrarisch eigendom bezeten, zou het stelsel van premiën door den fabrikant evenwel nog gebezigd kunnen worden, daarom zijn de sub. IV gevraagde strafbepalingen gewenscht.

Waar de Regeering niets ongedaan laat om de belangen der Inlandsche bevolking te beschermen, hoop ik, dat het door mij ontworpen stelsel in ernstige overweging worde genomen. Mochten, met het oog op plaatselijke toestanden de door mij gereleveerde veel verschillen van die, in andere afdeelingen met centra van industrie aangetroffen, wat m. i. altijd eenigszins het geval kan wezen, zoo hoop ik dat men mij hierin in mijn schrijven ter wille zal zijn, aanpassing, bijvoeging en omwerking blijft altijd mogelijk, mits het hoofdbeginsel behouden blijve.

Ten slotte zullen door mij nog eenige voordeden worden behandeld, die aan het voorgestelde stelsel zijn verbonden. 1. Aangezien de sawah complexen alle behoorlijk in 3 dee-

Sluiten