Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONGERECHTIGHEDEN DER GRONDHUURORDONNANTIËN.

Hier volgt het in mijn „Van Dag tot Dag" van heden toegezegde overzicht der misbruiken, waartoe volgens het artikel van den controleur J. F. E. ten Brink (Kediri) de grondhuurordonnantiën, zoowel de vorige van 1895 Stbl. No. 247 als de nieuwe van 1900 Stbl. 240 aanleiding geven.

* *

Meer dan eens komt het voor, dat het aandeel van een deelhebber in den cummunalen grond gewoon „wegraakt" (siti koela itjal, mijn grond is weggeraakt) ten gevolge van het ruilen van grootere en kleinere aandeelen, die op verschillende plaatsen liggen om aaneengesloten complexen te krijgen voor de riettuinen. Dit geschiedt door welwillende tusschenkomst van het desabestuur. Na opmeting der gronden door de fabriek en herverdeeling onder de cummunale grondbezitters blijkt kalmweg voor enkele personen geen grond meer te zijn. Protest van benadeelde tegen desahoofd geeft niets. De man moet berusten. Gevolg ontevredenheid (il y a de quoi!) en rietbranden.

* *

„Zeer d i k w ij 1 s" komen meer en minder bevindingen der uitgestrektheid van verhuurden grond voor, en wanneer dan verhuurder A (na opmeting door de fabriek) % baoe te weinig blijkt te leveren moet hij, het komt er niet op aan hoe, zorgen ]4, baoe meer intebrengen, terwijl B, die V2 baoe te veel inbrengt, niet deze 250 roe terug ontvangt, maar een bijbetaling welke eigenlijk aan A toekomt, daar de aldus ingebrachte uitgestrektheden hun ook voor de communale verdeeling zoo foutief (te weinig en te veel) waren aangerekend.

* *

De fabrikanten hebben op den inbreng van gronden premies gesteld, gewoonlijk van ƒ 2.50 de baoe, soms zelfs van j 5.— en ƒ 10.— ja den heer ten Brink zijn (lok-) premies bekend van ƒ 100.— wanneer bevolking of desa bestuur „aanvankelijk niet genegen was te verhuren." leder desahoofd oefent dus, ten gerieve

Sluiten