Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

October/December 1901, die voor 't volgende contractjaar eerst in den loop van 1903, zoodat in 1902 geen huur wordt ontvangen. Waar moet dan de Inlander, die toch elk jaar aan contanten behoefte heeft, terwijl maar 2/3 van zijn grond in zijn bezit is (en dat is nog de vraag) 4t noodige vandaan halen ?

De aandrang der heeren industriëelen, en diensvolgens de bepaling, is dan ook, zegt de heer Cohen, niet het gevolg van medelijden met dien armen Inlander die anders in December in de handen van den woekeraar zou vallen, maar van de begeerte om 's mans geldnood in het laatst des jaars te exploiteeren tot het verlagen van de huursom. De nieuwe bepaling zal eenvoudig den grondhuur drukken. Wat de Inlauder anders betaalt aan den woekeraar zal hij nu betalen door verminderde ontvangsten.

Ook de heer Cohen constateert dat de kleine man in deze zaken niet den minsten steun ondervindt van zijn desahoofd wijl deze premie van den fabrikant geniet voor iederen verhuurden bahoe, „meestal ƒ 2.50, soms meer." Oeconomisch sterke desa's in cultuur-centra willen dikwijls niet verhuren. „Verhuren zij wei« —zegt de heer Cohen-„dan heeft de ondernemer het meestal met list gedaan gekregen tegen hooge prijzen, wel wetend dat, als hij de desa eenmaal in zijn macht heeft, de huurprijzen wel zullen dalen. Allerlei middelen worden aangewend om de gronden te krijgen. Zeer hooge huurprijzen, ƒ 100-, soms meer geboden. Den loerah >door herhaaldelijk tegen hem ingebrachte klachten het leven onaangenaam gemaakt. Soms geeft men een der invloedrijke desa-lieden bij de fabriek een goedbezoldigde betrekking, om zich zoo van zijn gezag op zijn desagenooten te verzekeren. Zelfs heeft 't zich voorgedaan, dat een fabriek lieden eener desa niet toeliet tot het sluiten van transport (z. g karre) contracten, omdat die desa geen gronden wilde verhuren • Een desa, die geen grond wil verhuren, mag ook geen geld van de fabriek verdienen", werd gezegd.

Welke toestanden! En dat alles onder de werking van ordonnantiën, zoogenaamd gemaakt in het belang van den Inlander I De Indische wetgever is dan wel öf de meest onbekwame van den aardbodem (n.1. maar steeds ordonnanties uitvaardigende wier toepassing het omgekeerde uitwerkt van wat hij zegt te

Sluiten