Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoe thans overal waar suikerfabrieken de gronden huren, de „p ad i dalem verdrongen is door de vroegrijpe maar minder voedzame „padi gendjah".

Tegen deze zeer groote bezwaren stelt de schrijver belangrijke wijzigingen voor.

Hij wenscht behoorlijke opmeting van alle communale sawahvelden door een Gouv. gezworen landmeter. Ook de sawahs in agrarisch eigendom en in erfelijk individueel bezit moeten opgemeten. Deze opmeting moet complexgewijze geschieden. Verdeelt men nu ieder complex in drie deelen en bepaalt men dan, dat ieder complex eenmaal in de drie jaren voor suikerriet mag worden verhuurd, dan worden tal van moeielijkheden, ook over de grootte van de gronden en de niet aansluiting er van, vermeden.

Die opmetingen zouden moeten betaald worden door de ondernemingen die de gronden huren.

De huur zou slechts voor één jaar mogen geschieden, wanneer zij betreft communaal bezeten sawahgronden en voor slechts een derde van hun oppervlakte.

Maar dan moet, zegt de heer ten Brink, de verhuring ook verplichtend worden gesteld.

Dit volgt dan logisch geheel uit het voorafgaande. Maar het moet erkend worden, dat zulk een dwangmaatregel wel veel gemak zou opleveren.

De moeielijkheid, dat de regeering ook een minimumprijs moet bepalen omdat de concurrentie eigenlijk geheel wordt buitengesloten, daar de fabrieken reeds onderling grenzen trokken voor hun gebied waarbinnen ieder voor zich alleen gronden huren mag, — ziet hij wel, maar niet die, dat verschillende omstandigheden kunnen meewerken om dien prijs te doen veranden, wat zoo dat al niet uiterst willekeurig geschiedt, toch zeker den schijn daarvan dragen zal.

Ik neem aan dat de inning van de landrente er veel gemakkelijker door worden zou, maar dat argument, dat zwaar wegen moet bij den bestuursambtenaar, zou hem toch niet aan de zijde van den heer ten Brink mogen brengen indien hij doordrongen is van hetgeen een volk, zij het dan ook zoo onmondig mogelijk gehouden, toekomt.

Toegegeven dat de plannen van den heer Brink zijn practisch uitvoerbaar, dat zij veel voordeden medebrengen, dan nog zou ik al ware het slechts om dit eene door mij er tegen geopperd theoretisch bezwaar, doctrinair genoeg zijn, om mij reeds daarom nooit te willen scharen aan zijn zijde.

Sluiten