Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

16. Blijkt in een der gevallen, bedoeld sub. 15, de bovenbedoelde verkregen toestemming van de meerderheid des kiesgerechtigde Gemeentenaren, niet te bestaan, dan wordt de uitgave door den Regent geweigerd, welke van deze weigering onverwijld kennis geeft aan het Hoofd van Plaatselijk Bestuur.

17. Van deze weigering is hooger beroep toegelaten bij het Hoofd van Plaatselijk Bestuur, die zoo noodig de beslissing inroept van het hoofd van Gewestelijk Bestuur.

Mocht in gevallen, waarbij de beslissing van het hoofd van Gewestelijk Bestuur moet worden ingeroepen, de urgentie eener onverwijlde beslissing bestaan, een en ander ter beoordeeling van het Hoofd van Plaatselijk Bestuur, dan kan door hem onder nadere goedkeuring van het Hoofd van Gewestelijk Bestuur, onmiddelijk eene beslissing worden genomen.

18. De beschikking over „andere roerende zaken der Gemeente" als bedoeld in art. 12 alinea 2 der 1. G. O., geschiedt op denzelfden voet als voor de geldmiddelen is voorgeschreven, waarbij de waarde dier.goederen als criterium dient te worden genomen.

KRACHTENS ART. 15.

19. Ter constateering van de verkregen toestemming als bedoeld in de art. 11 en 12 der I.G.O., zal gebruik worden gemaakt van een register, gefolieerd en geparafeerd door het Onderdistrikthoofd.

Dit register draagt den naam van „Register poetoessan remboeg balé desa".

Dit register moet in beknopten vorm bevatten, notulen in de Javaansche taal van het behandelde op de vergaderingen in het Gemeenteraadhuis, als bedoeld in art. 6 der I. G. O.

De aangelegenheden bedoeld bij de art. 11 en 12 dier ordonnantie zullen uit den aard der zaak, op deze vergaderingen moeten worden behandeld. Ook zal dit het geval zijn met de regelingen bedoeld bij art. 17 dier ordonnantie.

Dit register moet ten allen tijde, indien opgevraagd, voor den Regent, of de van zijnentwege, gezonden personen ter inzage beschikbaar zijn.

Het register wordt jaarlijks vernieuwd en opgeborgen en bewaard op eene afzonderlijke plaats in het Gemeente-archief

20. In de gevallen bedoeld bij de art. 11 en 12 der I G O zal naar het bestaan van de daarbij bedoelde toestemming door het

• Hoofd van Plaatselijk Bestuur een nader onderzoek kunnen worden opgedragen aan een commissie, bestaande uit den Regent der betrokken Controleur en het betrokken Districtshoofd

Sluiten