Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

No. 268 ZATERDAG 28 SEPTEMBER 1918

De Preangerbode.

TWEEDE BLAD.

DREIGENDE DESSA-LIEDEN.

Een geval, ongeveer van dezelfde soort als zich op de s.f. De Maas • heeft voorgedaan en waarbij de heer Boer het slachtoffer werd, heeft eenige dagen geleden, naar het S o e r. H b 1. vernam, op één der suiker-ondernemingen in het Kedirische plaats gehad.

Ook hier had die fabriek een stuk sawah, behoorende bij zekere dessa, ingehuurd. Om het stuk grond te doen bewerken, zond de opzichter, onder wiens ressort die dessa gelegen was, een mandoer en eenig werkvolk. In die dessa aangekomen, vonden zij er een troepje lieden uit bedoelde dessa, die de werklui verboden, de gronden in gebruik te nemen, bewerende, dat de fabriek er geen recht op had.

De mandoer wachtte zich wel met het bewerken der gronden te beginnen en achtte het veiliger, zijn baas van een en ander op de hoogte te stellen. Deze begreep niets van de zaak en besloot, vergezeld van een collega,, den mandoer te volgen en de bevolking te vragen, waarom zij de bewerking der gronden wilde beletten.

Eerst zij hier nog gezegd, dat de mandoer en het werkvolk onder bedreiging met den dood gewaarschuwd waren door het dessavolk om van de gronden af te blijven. Ook toen de opzieners ter plaatse kwamen, werd door het volk op zeer drieste wijze opgetreden en op allerlei manier gedreigd, hetgeen niet belette, dat met de bewerking der gronden een aanvang werd gemaakt. Onderwijl werd het bestuur gewaarschuwd, met het gevolg, dat de belhamels werden opgevat en in verzekerde bewaring werden gesteld. Het liep hier dus gelukkig zonder bloedvergieten af.

N. B. Spatieering is van mij t. B.

Sluiten