Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II. DE ROOSTERS VAN LESUREN.

Meerdere malen ziet men in de vakbladen van onderwijs vragen gesteld over het aantal uren, dat voor een bepaald vak moet worden uitgetrokken.

In de boeken der methodiek worden deze aantallen uren gemotiveerd; ook de volgorde der vakken op de lesuren is in die handboeken een onderwerp, waaraan aandacht wordt geschonken: en de conclusie is daarin meestal zoo, dat elk vak de éérste schooluren weer noodig heeft, wil het naar den eisch tot zijn recht komen.

De mógelijkheid is echter anders en de onderwijzers die met de practijk van 9—12 en 2—4 te maken hebben, moeten alle vakken, over zes of zeven leerjaren, zoo indeelen, dat een vak op zijn minst in het gedrang komt, en er van gemaakt wordt, wat er van gemaakt kan worden.

Wij zijn nu bij de practijk te rade gegaan, en hebben eenige roosters van lesuren doen afdrukken, die enkele collega's zoo welwillend waren om voor dit doel af te staan. Aan de heeren J. Lens, Den Haag, J. Th. R. Schreuder, te A'dam en H. J. van Doorn te Zeist onzen dank.

Bovendien zijn twee roosters opgenomen, die verscheidene jaren aan een twee- en een driemansschool werden gebruikt.

Voor vergelijking, verheldering en verbetering van inzicht — „het kan dus ook zoo" —■ meenden wij, konden deze roosters uit de practijk wel dienst doen.

Sluiten