Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den ladder zeer'goed dat deze barbarenblok gevaarlijk kon worden voor zijn positie. Zijn aristocratie, weggedrongen, zou kunnen gaan kuieren met zijn souverein-regeerenden tiersétat wanneer dat Duitsch militairisme aan 't uitdijen ging. Een vast aaneengesloten korps van stoere, taaie Germanen, door zulke banden aaneengehecht, door zulk een organisatieleven bezield, uit dat discipline-hout gesneden, zou zich nooit tot voetschabel en zeker niet tot voetveeg van Sint James laten gebruiken. Maar wanneer hij alle steenen uit dien onwrikbaren muur liet los en „vrij" metselen door zijn vrijmetselaren, dan bleef er eerlang niet anders dan een licht af te brokkelen stuk revolutie-bouw. Met één trap kon hij dat tot een puinhoop verpletteren.

Sint James besloot onder dit volk, georganiseerd in laag en hoog ter wille van de edelste overwegingen, elementen aan te poten, die als een besmetting de zwammen der maconnieke Vrijheid, de schimmels der. Gelijkheid, de bacterieën van den algemeenen Wereldvrede, de microben van het modern rechtsbewustzijn om zich heen zouden verspreiden. Dit bederf zou het einde wezen van het middeleeuwsch Militairisme. Elke autoriteits-traditie zou uitsterven onder de weleer christelijke staten. Elk begrip van dienstbaarheid, zelfs aan het Vaderland, verdwijnen. Aan de Groot-loges van België en Italië komt de eer toe door Sint James aangewezen te zijn de eerste zwammen en schimmels geleverd te hebben om deze lues te doen woeden in de landen, welke zich tegen de Revolutie wapenden, resp. de suprematie van Sint James bedreigden.

Krachtens dit Londensch besluit om het Duitsch militairisme te vernietigen, ving, kort reeds na de successen van Moltke's soldaten, België steeds Engeland's dienstwilige dienaar, in eigen boezem aan met zijn misdadige woelingen tegen de legertucht in 't algemeen, 't Plichtbesef tegenover derden en tegenover 't vaderland moest er uit en dit door 't volk in een onafgebroken roes van lagere amusementen te doen leven, 't Hunkeren naar vrijheid moest er in. Volksaard zou het worden, in steê van de ouwerwetsche cultuur, dat van kindsbeen de Belg huiverig zou zijn van orde en tucht, regel en gezag, wet en overheid, eerbied voor 't hoogere en liefde voor 't algemeen welzijn, organisatie en gebondenheid, kortom van alles wat naar beperking van grillen of naar dienstbaarheid zweemde. De Belg werd anti-militairistisch opgevoed. In den aanvang werd gestookt tegen clericalisme, militairisme, monarchisme, caesarisme, absolutisme in 't leger.

Sluiten