Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„overheersching! Weg rhet de heerschappij van het ruw Militai„risme! Weg met den oorlog! Leve de vreedzame Souvereiniteit „des Volks!"

Op de internationalistische broeders ïn Duitschland, in vereeniging met de Oostenrijkers, blijft voor het grootsche historische moment der Internationale ontwapening alle hoop gevestigd.. De Loge in Engeland besteedt dan ook weinig geld om de anti-oorlogs-beweging daar te lande met whisky-bons op te warmen. Londen ziet alleen op 2 Aug. een korte, pacifistische protestvergadering van pl. m. 6000 weinig verhitte arbeiders. In de Provincie maakt de Loge zich evenmin erg druk tegen de Duitsche mobilisatie. De mijnwerkers van Zuid-Wales gebaren, alsof zij geen kolen zullen leveren aan de gemobiliseerde vloot. De railway-mannen dreigen leen oogenblik het hart van 't kapitalistisch stelsel in de maatschappij te treffen door stremming van het verkeer.

4 Aug. zijn de Vredes-apostelen reeds veel oorlogzuchtiger gezind. De Parlementaire fractie eischt louter een paar dagen geduld van Grey voor zijn oorlogs-verklaring. De partij in Duitschland zal in dien tijd minstens verkrijgen, dat het leger door de Vogezen zijn marsch neemt. Daar stoot het zeker 't hoofd. Daar kan het teleurgesteld Loge-Cdmmando „A bas les armes!" in de verwarring nog zegepralen. Engeland, zijn traditie getrouw, kan dan andere landen de lasten van den oorlog doen dragen en er zelf de lusten van genieten.

Maar onder de „Einkreisuing" der Entente is voor Duitsch» land het spoedig forceeren der Maaslinie de eenige veiligheids-klep. Reeds marcheert de Keizer over Luik, midden door de in hinderlaag opgestelde, van daken en uit kelders, namens de maconnieke Belgische legerhoofden, schietende socialistische Walen, naar Brussel, waar hij in de respectieve archieven van de Geallieerde duistere Machten — Loge en Internationale — de heele historische wording hoopt te lezen van den wereld-oorlog en hoe zooveel brandstoffen, welke de hel van 1914 deden uitslaan, verzameld werden.

Bij 't binnentrekken der Belgische hoofdstad, hoewel het lagere proletariaat op 't oogenblik dat de hoefslagen der Uhlanen in 't Bois de Cambre weerklonken, nog in „Le Peuple" leest, dat Attila, door de roode broederen geweerd, nooit de Maas over kan, is de vogel echter gevlogen. De stukken, welke personen en corporaties strafbaar stellen, berusten reeds grootendeels in den Haag. Troelstra en dfe zijnen janken daar reeds met de staart tusschen de beenen: „Helaas!

Sluiten