Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

Naar aanleiding van het gesprokene in de zitting van de Tweede Kamer der Staten-Generaal op 22 Januari 1918 in verband met het Vluchtoord Gouda, neem ik de vrijheid nuj tot U te wenden met het verzoek Uwe aandacht wel aan het volgende te willen schenken.

Teneinde een goed overzicht te verkrijgen over de geschiedenis van het Vluchtoord Gouda, moet ik tot de maand September 1914 teruggaan, en wel, tot het schrijven van den Commissaris der Koningin van Zuid-Holland d.d. 24 September 1914, Kabinet No. 569l2, onderwerp: Instelling Commissie voor Vluchtelingen, gericht aan den Edelachtbaren Heer Burgemeester van Gouda, destijds den Heer Martens, thans overleden.

Dit schrijven beoogde eenheid te brengen in de wijze, waarop hulp en ondersteuning aan Vluchtelingen in Nederland zoude worden verstrekt, en bevatte de mededeeling van de instelling eener Centrale Commissie, alsmede de overweging ook te Gouda eene plaat-

Sluiten