Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gen in den ouden toestand veel tijd zou vorderen en het daarna nog geruimen tijd zou duren, vóór zij van de nieuw aan te brengen planten de vruchten zoude kunnen plukken.

Na veel heen en weer praten met de Regeering — alweer door tusschenkomst van den Voorzitter der Centrale Commissie, F. W. Baron van Tuyll van Serooskerken — werd eindelijk afgezien van het plan tot opheffing van het Vluchtoord Gouda en door de Snijgroenkweekerij v.h. Gebr. Steensma toegestemd in eene verlaging der huurpenningen tot f 180.— per dag. Tegenover deze prestatie harerzijds, verlangde de Snijgroenkwéekery eene contra-prestatie van de Regeering in den vorm eener toezegging, dat dan ook de Vluchtelingen in de inrichtingen der Snijgroenkweekerij zouden blijven zoo lang de oorlogstoestand nog zou duren.

Het is vooral deze bepaling, welke de Heeren Beumer en Schaper blijkbaar heeft gestooten. Voor eiken man van zaken is zij echter volkomen begrijpelijk. De Snijgroenkweekerij deed feitelijk afstand van haar bedrijf; zjj moest haren inventaris opruimen, aan hare kweekkassen eene geheel vreemde bestemming geven; al hare handelsrelatiën verloor zij. Zij zou daarvoor nu ontvangen f 180.— per dag, zeker een mooie som, = f65.700.— per jaar. Maar zy wist niet, evenmin als de Regeering het wist en evenmin als iemand het wist, hoe lang die som zou worden uitbetaald. Als de ontruiming reeds na een half jaar was gevolgd, kan men gerust zeggen dat zij met die f 180.— per dag geen winst, maar verlies, zou hebben gemaakt. Nu achteraf, nu de oorlog blijkt

Sluiten