Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo lang te doren, daarover te schreeuwen is natuurlijk gemakkelijk, maar toen was het voor de Snijgroenkweekerij, al voorzag hare Directie wel dat de oorlog in de eerste drie maanden niet zon eindigen, toch altijd de vraag, of de Vennootschap wel eenige winst zon kunnen boeken. En gesteld eens, die bepaling ware niet gemaakt, en de Snijgroenkweekerij stond er aan bloot, dat de Regeering eiken dag het kamp kon verplaatsen, welke was dan hare positie geweest"? Zou niet elke man van zaken den Directeur hartelijk hebben uitgelachen, wanneer eens gebleken was, dat bij, verlokt door een fraaien dagelijkschen huurprijs, zich voor het feit had zien gesteld, dat hij dien fraaien huurprijs maar voor korten tijd genoot en daarvoor zijn geheele bedrijf had ontredderd1?

Maar de Snijgroenkweekerij maakt nu, zoo zeide de Minister, misbruik van deze bepaling, en hoewel zij zelve het nu wel moet erkennen, dat, nu de oorlog zoo lang duurt, die huurprijs veel te hoog is, dwingt zij de Regeering op grond dier bepaling, dien hoogen huurprijs te blijven 'betalen! Dit is zoo weinig waar, dat die hooge huurprijs slechts tot en met 15 Maart 1916 is betaald — dus gedurende acht maanden — en toen verminderd is tot ƒ 120.—, terwijl — ik kom hierop straks terug — de Snijgroenkweekerij zelve er in toestemde het geheele contract te ontbinden.

Ik zelf vraag mij af, indien de Snijgroenkweekerij alle bezwaren had kunnen voorzien, of zij, wat het geldelijk belang aangaat, niet beter had gedaan, zich meer te houden aan haar oorspronkelijk bedrijf, en of

Sluiten