Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gen, waarin door Z.E. werd aangedrongen op

overbrenging van de Vluchtelingen uit Gouda naar een ander Vluchtoord! Dit schrijven draagt als datum: 4 Januari 1917.

In dit schrijven wordt onder meer, en in tegenstelling met 's Ministers uitlating in de Eerste Kamer, betoogd, dat de kosten te Gouda aanzienlijk hooger zijn dan die te Ede, Uden en Nunspeet; wordt er weer gesproken van de „mondelinge" overeenkomst tusschen den heer F. W. Baron van TuyU van Serooskerken en de Snijgroenkweekerij v.h. Gebr. Steensma, en beveelt Z.E. aan middelen te beramen, welke zouden kunnen leiden tot opheffing van het Vluchtoord Gouda, zoo eenigszins mogelijk zonder schadevergoeding.

Opnieuw werden pogingen bij de Snijgroenkweekerij aangewend, om tot deze opheffing te geraken; deze verlangde echter voor de tusschentijdsche verbreking van de overeenkomst eene vergoeding. Als zoodanig werd toen door den Heer F. W. Baron van

Tuyll van Serooskerken een bedrag van f 15.000

namens de Regeering aangeboden als schadeloosstelling, waartegenover echter door de Snijgroenkweekerij f20.000.— werd verlangd. Spoedig daarna ontvang de Oommissie van Toezicht bericht, dat door de Regeering in dezen eisch niet kon worden getreden.

Opnieuw heeft toen de Regeering de gelegenheid, om tot opheffing van het Vluchtoord Gouda te komen, laten voorbijgaan:

de eerste maal, toen de eerste overeenkomst eindigde, en welke de Regeering niet langer bond dan één dag,

Sluiten