Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bezorgen, juist strekte, om hare positie af te bakenen en hare verplichtingen vast te leggen!

Het feit, dat ik één der Commissarissen (niet President-Commissaris) van de Snijgroenkweekerij vlh. Gebr. Steensma ben, moet naar mijne bescheiden meening aan Z.E. den Minister van Staat, Minister van Binnenlandsche Zaken bekend zijn geweest. Ik heb dit nooit geheim gehouden en het zelfs reeds medegedeeld o.a. ook aan den Burgemeester van Gouda, toen door hem en den Heer F. W. Baron van Tuyll van Serooskerken de onderhandelingen over de inrichting van de Snijgroenkweekerij vlh. Gébr. Steensma als „Winterkamp" wérden gevoerd. Dit was dus in November en December 1914.

En dat het der Regeering zelve ook bekend was, ik deelde het reeds in den aanvang mede, moge blijken uit het feit, dat het later zelfs van Eegeeringswege een voordeel werd genoemd, omdat dan de kans tot verlaging van de huurpenningen grooter werd; (dit was in Juni 1915!) en inderdaad stel ik er prijs op hier te verklaren, dat in de laatste vergadering van Commissarissen der Snijgroenkweekerij vlh. Gebr. Steensma, welke ik heb bijgewoond, en welke leidde tot de eerste verlaging van f 240.— tot f 180.— per dag, ik met alle kracht heb aangedrongen, om deze verlaging te verkrijgen.

Trouwens — zoo groot is Gouda niet — of men kan gerust zeggen, dat dit toch een feit van algemeene bekendheid ook voor mijne mede-leden der Commissie van Toezicht was.

En om nu prcies te laten weten, hoe groot mijn belang by die zaak was, wil ik wel mededeelen, dat mijn

Sluiten