Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deelname in het Geplaatst Maatschappelijk Kapitaal der Snijgroenkweekerij vlh. Gebr. Steensma, groot f 105.000.— nimmer grooter is geweest dan f 5000.— (Zegge: Vijf dnizend gulden) en dat dit feit zijn oorsprong vindt in een kleine hulp jaren geleden persoonlijk aan den Heer Steensma verleend, en wel vóór 1913.

Men kan hieruit precies narekenen, hoeveel voordeel ik uit den loop, dien deze zaak nam, heb getrokken. Men zal dan toegeven, dat de luttele verhooging van dividend uit de Snijgroenkweekerij, niet voldoende is om mij te betichten van een egoïstisch streven, om toch maar voordeel uit die zaak te trekken. Waarbij ik alleen aanteeken — doch hierop ga ik besoheidenheidshalve niet nader in — dat ik heel wat meer dan dat divMend enz. aan het Vluchtelingenkamp uit eigen zak heb ten koste gelegd.

Hoe het mogelijk is, dat in de zitting van 22 Januari j.1. werd gesproken van „Oorlogswinsten", enz. is mij onbegrijpelijk, te meer, waar de Snijgroenkweekerij over haar 1ste boekjaar (1 Juli 1913—30 Juni 1914) reeds 5 % heeft kunnen uitkeeren, welk dividend gedurende het verblijf der Vluchtelingen niet hooger is geweest dan 12Vz %, terwijl hare Afschrijvingen zeer zeker niet aan den hoogen kant zijn geweest en haar Reserve ook thans nog slechts het luttele bedrag van f4000.— beloopt.

Het is mij bekend, dat door de Directie der Snijgroenkweekerij v.h. Gebr. Steensma aan Z.E. den Minister van Staat, Minister van Binnenlandsohe Zaken is verzocht geworden, over te willen gaan tot het benoemen van eene Oommissie tot onderzoek, en ik zie

Sluiten