Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met vertrouwen het resultaat van dit onderzoek tegemoet.

Wat mij betreft, ik weet er geen verklaring voor te vinden, dat de Heer Schaper zoo fel persoonlijk tegen nuj optrad. Ik heb in deze geheele zaak met mijne beste krachten medegewerkt om het Vluchtoord te Gouda zoo goed mogelijk te maken, en ik meen dat de Commissie, waarvan ik Voorzitter ben, alle recht heeft, om met tevredenheid op haar werk terug te zien. Wil men mij daarbij betichten, dat ik in de hoop op persoonlijk gewin, de overeenkomst van de Snijgroenkweekerij bevorderde, het zij zoo, al vlei ik mij, dat ieder by een weinig doordenken, toch wel zal willen inzien, dat dit gewin voor nüj inderdaad zeer onbelangrijk was, terwijl zij, die nuj meer persoonlijk kennen, wel weten, dat ik nu juist niet iemand ben, die voor zulk gewin tioh zou laten verlokken om nadeelige contracten te bevorderen. De winsten of verliezen der Snijgroenkweekerij lieten nuj vrij koud, maar gaarne bevorderde ik het voortbestaan van het Vluchtoord, omdat ik wist dat dit den toets van vergelijking met andere kampen zeer wel kon doorstaan, en omdat ik in de zaak, nevens het belang der Vluchtelingen, ook een Goudsch belang zag. En wanneer nu zulke betichtingen als van den Heer Schaper nog bovendien blijken te steunen op onjuiste stukken, dan is er voor mij nog minder reden nüj er hard om te bekommeren. Al geef ik overigens grif toe, dat het nooit aangenaam is met modder te worden gesmeten.

Doch wat; te zeggen van de houding van den Minister van Binnenlandsehe Zaken? Deze durfde blijk'

Sluiten