Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toestand, is vooral voor een hoofdplaats en belangrijke haven, zooals Si Bolga is, een groot landsbelang.

Een tweede, gewestelijke keur heeft ten doel de bestrijding van de nog steeds op betrekkelijk groote schaal in Tapanoeli voorkomende lepra. Door verplichte aangifte van voorkomende ziektegevallen, ook als lepra slechts wordt vermoed, hoopt men een goed overzicht te krijgen van den omvang, die deze het volk bedreigende ziekte reeds heeft aangenomen, om in verband daarmede maatregelen te nemen tot beperking van de uitbreiding. Het zou voor de Bataklanden een zegen zijn, als men deze ernstige, verraderlijke bedreiging der volksgezondheid afdoend kon bestrijden.

Al de bovengenoemde, min of meer uitvoerig be-

Reorganl- » ' . °

satle van het sproken, of slechts met een enkel woord aangestipte inlandsen maatregelen bewijzen voldoende de in den aanvang bestnnr. uitgesproken meening, dat sedert de laatste tien jaren het bestuur steeds intensiever in Tapanoeli is gaan optreden. Maar hoe belangrijk ook, al die maatregelen samen hebben niet die diep ingrijpende beteekenis, die moet worden toegekend aan de bij besluit van den gouverneur-generaal van 7 Maart 1916 no. 29 (Stbl. 1916 no. 245) verordende reorganisatie van het inlandsch bestuur. Hierbij werden voor Tapanoeli (met uitzondering van de afdeeling Nias) indienstgesteld: twaalf districtshoofden met den titel van Demang, en vijf en twintig onderdistrictshoofden met den titel van Assistent-Demang. De bezoldiging werd bepaald op resp. ƒ100 en ƒ70 'smaands. Hierbij komen dan nog periodieke verhoogingen, vergoeding voor bureaukosten, genot van vrije woning, eventueel huishuurindemniteit, en daggelden voor reiskosten. Bovendien kregen die Districts- en Onderdistrictshoofden nog ieder een inlandsch schrijver, resp. hulpschrijver op een bezoldiging van ƒ25 en ƒ15 's maands te hunner beschikking.

De resident werd gemachtigd dit reorganisatieplan geleidelijk in te voeren. In verband daarmede werd bepaald, dat, naar gelang van het buiten dienst stellen der huidige Inlandsche hoofden, welke bezoldiging genoten, die bezoldiging werd ingetrokken, alsmede dat uit het bedrag van bijna ƒ23.000, dat ter beschikking gesteld was voor belooningen aan niet-bezoldigde inlandsche hoofden geen hoogere belooningen dan totdusver gebruikelijk, noch belooningen aan andere hoofden of personen, die vóór einde 1910 zulke tegemoet-

Sluiten